Dit dossier is bijgewerkt tot 10 november 2011
‘Als ik niet weiger een vraag te beantwoorden en ik beantwoord haar toch niet, dan kan de verklaring daarvoor geen andere zijn dan dat ik het niet weet’, spreekt minister van Agt van Justitie tot de Tweede Kamer. ‘Zeg dat dan en draait u er niet een half uur omheen!’ riposteert Marcus Bakker, fractievoorzitter van de CPN, geïrriteerd. Deze dialoog kenmerkt het karakter van het eerste Kamerdebat over de zaak-Menten op 18 november 1976. Twaalf uur lang legt de Tweede Kamer de minister het vuur aan de schenen, zonder een bevredigende uitkomst. De minister maakt een stuntelende en hulpeloze indruk. De Kamer krijgt nauwelijks antwoorden. De minister zegt een onderzoek toe. Aanleiding voor het debat is de mislukte arrestatie, enkele dagen eerder, van de van oorlogsmisdaden verdachte Pieter Menten.
Pieter Menten
Op 22 mei 1976 publiceert De Telegraaf een interview met de Blaricumse multimiljonair Menten. Deze presenteert zich in het interview als een groot kunstverzamelaar en kondigt aan een deel van zijn verzameling te zullen veilen. Naar aanleiding van dit interview ontvangt journalist Hans Knoop, hoofdredacteur van het opinieweekblad Accent, een tip uit Israël. Mentens verzameling zou voor een deel bestaan uit kunstwerken die hij tijdens de oorlog in Galicië, in het toenmalige Polen, geroofd zou hebben. Knoop zet een team journalisten op de zaak en vindt nog veel belastender informatie. Menten zou als lid van de SS deelgenomen hebben aan massamoorden op Joden. Vanaf 19 juni 1976 publiceert Accent wekelijks nieuwe bezwarende informatie voor een steeds omvangrijker dossier.
Moeizaam onderzoek
Naar aanleiding van deze publicaties worden Kamervragen gesteld. Minister Van Agt van Justitie geeft het openbaar ministerie opdracht tot een gerechtelijk vooronderzoek dat enige maanden in beslag neemt. Het onderzoek wordt ondermeer bemoeilijkt doordat informatie moet worden verkregen van de politie in de Sovjet-Unie, waar de affaire zich destijds deels heeft afgespeeld. Als de politie in november 1976 tot arrestatie wil overgaan, blijkt Menten gevlucht. Is er gelekt bij politie of justitie? De Kamer laat minister Van Agt uit Roemenië terugroepen voor een debat.
Bijzondere Rechtspleging
Overigens was Menten al eerder met Justitie in aanraking geweest, namelijk met de Bijzondere Rechtspleging direct na de oorlog. Hij werd verdacht van hulpverlening aan de vijand en het in vreemde krijgsdienst treden. Massamoord kwam in dit proces niet ter sprake. Aangezien die vreemde krijgsdienst niet bewezen werd geacht kwam hij er met een milde straf vanaf: één jaar hechtenis, die hij reeds in voorarrest had uitgezeten. Het proces kreeg veel aandacht in de media. Mentens verdediging kenmerkte zich door ontkenningen, agressieve tegenbeschuldigingen, het zaaien van verwarring, vertragingstactieken en het aandragen van veel, al dan niet gefalsificeerd tegenbewijs. Saillant detail was dat hij werd verdedigd door mr. L.G. Kortenhorst, toentertijd tevens voorzitter van de KVP-fractie in de Tweede Kamer.
Bescherming van hogerhand?
Dit laatste zou nog een staartje krijgen. De lage straf waarmee Menten in 1949 wegkomt is grond voor geruchten dat Menten de hand boven het hoofd gehouden zou worden door hooggeplaatste personen in de katholieke zuil. Naast Kortenhorst wordt de naam genoemd van toenmalig KVP-minister van Justitie Van Maarseveen. Hoewel nooit enige grond voor deze geruchten gevonden is, blazen het blunderen van justitie en het gestuntel van Van Agt in de zaak-Menten bijna dertig jaar later deze verhalen nieuw leven in. De motieven van Van Agt (KVP) worden gewantrouwd. De Tweede Kamer dwingt Van Agt een onafhankelijk onderzoek in te stellen. Dit onderzoek, dat geleid wordt door de Leidse hoogleraar Ivo Schöffer en meer dan twee jaar in beslag neemt, toont uiteindelijk wel aan dat Justitie en politie fouten hebben gemaakt. Van bescherming van Menten van hogerhand of van een doofpotaffaire is volgens het onderzoek geen sprake.
Opgepakt
Intussen is Menten in december 1976, opnieuw door een tip aan journalist Hans Knoop, in Zwitserland opgespoord. Menten wordt gearresteerd, na enkele weken aan Nederland uitgeleverd en voor de rechter gebracht. Daarmee is de affaire nog niet ten einde. Door vormfouten en traineren van de rechtsgang door Menten en zijn advocaten duurt het nog tot 1980 eer hij definitief veroordeeld wordt tot tien jaar gevangenisstraf. Door aftrek van voorarrest komt hij in 1985 vrij. Oud en ziek overlijdt hij in 1987 op 88-jarige leeftijd.
Harde confrontatie in de Tweede Kamer
Opvallend aan de zaak-Menten is de politieke reikwijdte ervan, die minister Van Agt zwaar heeft onderschat. Hierdoor voert hij onvoldoende regie over de zaak en komt slecht geïnformeerd naar de Kamer. De Kamer ruikt bloed en drijft de minister in het nauw. Niet alleen de oppositie, ook coalitiegenoot PvdA speelt het spel hard. PvdA woordvoerder Aad Kosto zegt in het tweede debat over de zaak-Menten, op 23 februari 1977, om politieke redenen nog net niet het vertrouwen in de minister op: ‘de Minister [heeft] er recht op te weten hoe wij hem in zijn functioneren in deze zaak-Menten beoordelen. Welnu, ons oordeel blijft negatief. Voor de hand ligt nu de vraag of wij dit oordeel de gedaante van een motie zullen geven. Wij zullen dat niet doen. Er is tussen de Minister en ons geen groot politiek verschil van mening aan de orde. Wel wordt aan de hand van een reeks incidenten het beeld opgeroepen van een taakopvatting, die wij niet juist achten. Er is twijfel gerezen aan de bekwaamheid van de Minister om dit departement te leiden. Maar wij zouden het politiek onverantwoordelijk vinden om op die grond het werk, dat nog staande deze kabinetsperiode moet worden gedaan, in gevaar te brengen. Ziedaar onze afweging. In het openbaar! Wij bedrijven het politieke metier. De heer Van Agt zal verder moeten leven met zijn aversie. En wij met hem.’
Van Agt beschadigd
Van Agt is hier zeer verbolgen over. Hij voelt zich door de opstelling van de PvdA beschadigd, niet alleen als minister, maar ook in zijn nieuwe rol als lijsttrekker van het CDA. Die partij krijgt op dat moment vorm na een fusie van ARP, CHU en KVP. De zaak-Menten doet het toch al wankele kabinet-Den Uyl, bestaande uit CDA en PvdA, geen goed. Jaren later memoreert Van Agt dat de wijze waarop hij door de PvdA behandeld is een rol gespeeld heeft in het feit dat het tweede kabinet-Den Uyl er nooit is gekomen.