Dit dossier is bijgewerkt tot 22 februari 2011
De eerste abortuskliniek
27 februari 1971 werd in Arnhem de eerste abortus uitgevoerd in de door huisartsen opgezette kliniek het Mildredhuis. Hier konden op medisch verantwoorde wijze zwangerschappen worden beëindigd. Dit was een moedige daad, want abortus was verboden en de rechtspositie van artsen zeer onzeker. Maar zij weigerden om nog langer vrouwen door te sturen naar ziekenhuizen waar hen een lange procedure te wachten stond. Een andere mogelijkheid was hun te adviseren naar Engeland te reizen waar abortus op sociaalpsychische indicatie al was toegestaan. De praktijk in Nederland week zover af van de uit 1911 stammende wetgeving, dat de artsen ook een signaal wilden afgeven aan de politiek.
Theorie en praktijk
Abortus is van alle tijden, culturen en standen en vrijwel altijd was het formeel verboden. Niet alleen de christelijke kerk veroordeelde abortus als moord. Ook de medische stand keurde het ethisch af, zoals blijkt uit de eed van Hippocrates zoals die tot 1878 werd afgelegd. Toen verdween abortus provocatus uit de tekst omdat een arts immers ook het leven van de vrouw moet kunnen redden. Het oudvaderlands recht stelde abortus gelijk aan kindermoord. Desondanks was het onderbreken van zwangerschap eeuwenlang een gebruikelijke praktijk. Daarbij werden externe mechanische methoden (fysieke inspanning, massages e.d.) aangewend of inwendig allerlei kruidenmengsels gebruikt. Ondanks het formele verbod, werd er vrijwel nooit iemand veroordeeld. Eigenlijk was abortus heel lang geen issue.
Eind 19e eeuw
Dit veranderde eind 19e eeuw door de industrialisatie en de ontwikkeling van de geneeskunde. Medische abortus werd effectiever door de toepassing van interne mechanische instrumenten. Toen ontstonden ook de beruchte breinaald-praktijken in achterkamertjes met vaak dodelijke afloop. De kindersterfte nam af, maar de armoede nam toe (meer monden te voeden) en de bevolking groeide explosief. De Nieuw Malthusiaanse Bond (1870) propageerde geboortebeperking via voorbehoedmiddelen. Daardoor zou abortus wel verdwijnen. Medici pleitten voor wetswijziging om vooral de criminele praktijk uit te bannen, maar de christelijke voormannen wezen iedere vorm van legalisering categorisch af. Het debat werd gevoerd door liberale juristen, medici en theologen. Abortus stond op dat moment niet op de agenda van socialisten en feministen.
De christelijke partijen aan het roer
Toen de christelijke partijen de macht kregen in het begin van de 20e eeuw, kwam er een einde aan de liberale abortuspraktijk in ons land. De katholieke minister van Justitie Regout voerde in 1911 strenge wetgeving in waarbij niet alleen abortus makkelijk vervolgbaar werd, maar ook anticonceptiemiddelen werden verboden. Dit leidde ertoe dat de medici zich afwendden van de politiek en dat ondanks de inspanningen van de Nederlandse Vereniging voor Sexuele Hervorming (NVSH), opvolger van de Nieuw Malthusiaanse Bond, het debat stilviel. Tot de jaren zestig, de tijd waarin veel heilige huisjes sneuvelden.
De jaren zestig
De anticonceptiepil (1962) bleek weliswaar een zeer effectief voorbehoedsmiddel, maar abortus behoorde zeker niet tot het verleden. De vrouwenbeweging kwam met de tweede feministische golf sterk op en de feministen stelden abortus weer ter discussie. Ditmaal waren het de vrouwen die het publieke debat beheersten. In de media kon inmiddels openlijk over dit soort kwesties worden gediscussieerd. Vara’s Achter het Nieuws besteedde in mei 1966 een uitzending aan abortus. In de maanden daarop werden huisartsen overstroomd met verzoeken om abortus. Het probleem bleek veel groter dan gedacht.
De omslag
Vrij snel werd het vervolgens mogelijk om via een uitvoerige screening op de ‘noodsituatie van de vrouw’ door een team van artsen in algemene ziekenhuizen een abortus te verkrijgen. Maar deze weg bleek volstrekt ontoereikend om aan de massale vraag te voldoen. De Stichting Medischverantwoorde Zwangerschaps Onderbreking (Stimezo, 1970) organiseerde samen met het actiecomité Man,Vrouw, Maatschappij en de Vara een inzamelingsactie. Met de opbrengst hiervan werd een paar maanden later het Mildredhuis geopend en was de eerste abortuskliniek een feit. Na een half jaar ontstonden in hoog tempo klinieken in andere steden.
De wet
Het wetgevingstraject in de jaren zeventig was turbulent, vol emoties en moeizaam. Bij alle coalitiebesprekingen was het een heikel punt. Het dramatische hoogtepunt vormde in 1976 de tweede poging van minister van Justitie Van Agt om de Bloemenhovekliniek in Heemstede te sluiten. Dit werd verhinderd door actievoerende vrouwen. Pas in 1984 konden artsen op grond van de Wet Afbreking Zwangerschap onder voorwaarden een abortus uitvoeren en daarbij legaal afwijken van de abortusparagraaf in het Wetboek van Strafrecht. Daarna kwam de uitvoering in rustiger vaarwater terecht en is het in Nederland makkelijk om abortus op verzoek te verkrijgen.
En nu ...
De kleine christelijke partijen blijven proberen de praktijk zoveel mogelijk in te perken. Zij krijgen steun van de zogeheten Pro Life groeperingen als de Stichting voor Recht Zonder Onderscheid, de Stichting Schreeuw om Leven en de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind (tegenwoordig Siriz).
Pro Choicers als ‘Women on waves’ (de abortusboot) strijden daarentegen weer voort om ook vrouwen te helpen in landen waar abortus is verboden, zoals Ierland en Malta. En heel recentelijk zijn het ontwikkelingen in de geneeskunde, de neonatologie, waardoor te vroeg geboren kinderen eerder in leven gehouden worden, die leiden tot het breder oplaaien van de discussie over grenzen en voorwaarden in de wet.