Dit dossier is bijgewerkt tot 23 maart 2009
Willem van Oranje werd op 10 juli 1584 door Balthasar Gerards vermoord in het Prinsenhof in Delft. De kogelgaten in de muur bij de trap herinneren tot de dag van vandaag aan de moordaanslag. Het bedrijf DelftTech is samen met forensisch onderzoekers van de politie bezig om de moord te reconstrueren. Zij maken onder meer een afgietsel van de kogelgaten en gaan op zoek naar bloedsporen. Ook wordt er bouwhistorisch onderzoek gedaan naar de plaats delict.
Naar verwachting worden op 24 april 2009 de resultaten van het onderzoek bekend. Door middel van een driedimensionale reconstructie van de aanslag kunnen we dan hopelijk zien waar moordenaar en slachtoffer precies stonden.
Ooggetuigenverslag
Er bestaan verschillende historische beschrijvingen van de moordaanslag. Een daarvan is het ooggetuigenverslag van Rombout Uylenburgh. Deze burgemeester van Leeuwarden had in de ochtend voor de moord een afspraak met Willem van Oranje. De prins nodigde hem uit om te blijven lunchen. Toen de prins na de maaltijd naar zijn slaap- en werkkamer wilde gaan, werd hij bij de trap verrast door Balthasar Gerards. Deze fanatieke katholiek had zich met twee radslotpistolen achter een pilaar verscholen gehouden. Uylenburgh beschrijft dat Gerards de prins neerschoot en dat deze 'onmiddellijk daarna standvastig gestorven' is.
Laatste woorden
Dat Willem van Oranje 'terstond gesturven is' blijkt ook uit de notulen van de bestuurders van het gewest Holland, die toevallig die middag bijeen waren in het Prinsenhof. Wel sprak de prins volgens de notulen nog een aantal laatste woorden: “Mon Dieu, ayez pitié de mon âme' Mon Dieu, ayez pitié de ce pauvre peuple" (“God, wees mijn ziel genadig' God, ontferm u over dit arme volk”). Over het waarheidsgehalte van deze laatste woorden is veel getwist, maar geheel onwaarschijnlijk lijken ze niet. De prins deed soortgelijke uitspraken vaker.
Sectierapport
De Delftse stadsdoktoren Pieter van Foreest en Cornelis Buysen verrichtten na de moord sectie op het lichaam. Ook zij registreerden in hun rapport dat de prins nog laatste woorden heeft gesproken. Voorts beschreven ze dat er één wond aan de voorzijde van het lichaam zat en twee wonden aan de rugzijde. Waarschijnlijk waren drie aaneengeklonken kogels het lichaam ingegaan, is er één losgeraakt en op een andere plek het lichaam uitgegaan. De kogels veroorzaakten vervolgens de twee gaten in de muur, waar nu de tweede trede van de trap zit. Aangenomen wordt dat de kogelgaten zo laag zitten omdat de moordenaar over het hoofd van een bediende moest schieten, schuin naar beneden dus.
Gruwelijk einde moordenaar
Vlak na de aanslag probeerde Balthasar Gerards te ontvluchten, maar hij werd al snel gepakt door een aantal lijfwachten. Gerards legde een lange bekentenis af en werd de dagen daarna verhoord en gefolterd. Op 14 juli onderging hij op de Grote Markt zijn doodvonnis. De beulen verminkten hem met brandende tangen en messen. Ze rukten zijn hart uit zijn lichaam en gooiden het in zijn gezicht. Vervolgens sneden zij hem in vier stukken die ze aan de vier stadspoorten hingen. Zijn afgehakte hoofd werd als trofee op een paal bij de Schoolpoort gezet.
Reconstructies
Niet lang na de moord circuleerden er al beschrijvingen en afbeeldingen van de moord. Dit zijn de eerste reconstructies van de aanslag. Zoals te zien is op het afgebeelde pamflet uit 1584 staat de trap daarop niet altijd afgebeeld. Pas later vormde de trap het gebruikelijke decor van de aanslag, zoals op de illustraties uit de schoolboeken hiernaast.
Waarschijnlijk zal de animatie van DelftTech licht kunnen werpen op de exacte gebeurtenissen bij de trap. Misschien zal blijken dat de weergave van de moord in schoolboeken definitief moet worden aangepast.
Literatuur