Dit dossier is bijgewerkt tot 2 april 2012
Tien jaar geleden trad het tweede kabinet-Kok af naar aanleiding van het net verschenen rapport over de Srebrenica-affaire (juli 1995).
Van augustus 1994 tot april 2002 had Nederland tweemaal een kabinet-Kok gekend, de zogenoemde paarse kabinetten. Het opvallende hieraan was dat zowel ‘rechts’ (liberalen) en ‘links’ (sociaal-democraten) in de regering zaten, terwijl de confessionelen - bijna altijd regeringsdeelnemers - oppositie voerden.
De aanloop
Tientallen jaren leek samenwerking tussen de PvdA (sociaal-democraten) en de VVD (liberalen) vrijwel onmogelijk. Sinds de jaren zeventig overlegden toch leden van beide partijen met elkaar over politieke thema’s. Deze ontmoetingen stonden bekend als het Des Indes-beraad. Bij de sociaal-economische onderwerpen bleef een groot verschil van mening, maar over niet-materiële onderwerpen – zoals abortus of euthanasie - bestond overeenstemming.
Paars in 1994
De regeringspartijen CDA en PvdA hadden bij de verkiezingen in mei 1994 flink verloren. VVD en D66 behaalden grote overwinningen. Na enkele informatierondes kreeg PvdA-voorman Kok de opdracht een voorstel voor een regeerakkoord te schrijven. Zowel de VVD als D66 konden zich hiermee verenigen en in augustus 1994 stond het eerste paarse kabinet op de trappen van paleis Huis ten Bosch. Zo was er weer een combinatie van blauw (liberaal) en rood (sociaal-democratisch) die lang onmogelijk had geleken. De laatste keer dat een dergelijke combinatie had geregeerd was met het kabinet Drees II, dat in 1952 aftrad.
Paars op het pluche
Het eerste paarse kabinet van Wim Kok ging voortvarend aan de slag. Het motto luidde 'Werk, werk, werk' als antwoord op de werkloosheid van de jaren tachtig. Het kabinet profiteerde van een gunstige economische ontwikkeling. Voor de paarse manier van opereren kwamen termen als ‘poldermodel’ en ‘overlegeconomie’ in gebruik. Andere oogmerken van het kabinetsbeleid waren privatisering van overheidsdiensten en marktwerking.
Problemen voor paars
In deze kabinetsperiode speelden een aantal heikele kwesties. De val van de enclave-Srebrenica die door Nederlandse ‘blauwhelmen’ werd bewaakt, in juli 1995, kreeg een lange politieke nasleep. De IRT-affaire (over omstreden opsporingsmethoden naar drugshandel) bracht minister Sorgdrager van Justitie in moeilijkheden, toen het rapport van de Commissie van Traa hierover verscheen. Staatssecretaris van Sociale Zaken Linschoten trad af vanwege de CTSV-affaire (over het College Toezicht Sociale Verzekeringen).
In januari 1998 ontstond opnieuw tumult bij het ministerie van Justitie. De procureur-generaal in Noord-Nederland kwam in opspraak vanwege nevenactiviteiten. Enkele hooggeplaatste betrokkenen moesten aftreden; minister Sorgdrager bleef tot de Tweede Kamerverkiezingen op haar post.
Verkiezingen 1998
In mei 1998 waren er weer Tweede Kamerverkiezingen. Paars wilde doorregeren, maar zou dan Wim Kok of Frits Bolkestein premier worden? De PvdA werd de grootste partij en ook de VVD behaalde winst. D66 moest flink inleveren. Het CDA, dat het onder paars moeilijk had als oppositiepartij, verloor vijf zetels. Het tweede paarse kabinet kwam tot stand, met Kok weer als premier en toch ook met D66. Bolkestein trad na een maand terug als lijsttrekker; Hans Dijkstal werd de nieuwe eerste man van de VVD.
Tweede paarse kabinet (1998-2002)
Het tweede paarse kabinet had een moeizamer start dan het eerste. Het beleefde in mei 1999 een kabinetscrisis door de ‘nacht van Wiegel’, toen in de Eerste Kamer een wetsvoorstel voor het invoeren van een referendum sneuvelde door een tegenstem van Wiegel. Na een geslaagde lijmpoging kon het kabinet binnen drie weken verder.
Economisch ging het Nederland nog wel goed, maar het asielbeleid en de eventuele uitbreiding van Schiphol waren lastige issues. Wachtlijsten in de zorg, de fileproblematiek, problemen in het onderwijs, de dure Betuwelijn en onveiligheid op straat irriteerden de burger. De stijl van regeren werd ‘achterkamertjespolitiek’ genoemd. Door een aantal missers - een veto in de EU als Nederlandse afdrachten niet zouden worden verlaagd; versprekingen van minister De Grave van Defensie over het Srebrenica-onderzoek - kwamen de kabinetsleden over als ongeïnspireerde bestuurders.
Pim Fortuyn
De anti-paarse stemming werd aangewakkerd door Pim Fortuyn, wiens populariteit een enorme vlucht nam. In De puinhopen van acht jaar Paars bekritiseerde Fortuyn de paarse kabinetten op allerlei fronten. Een van de speerpunten was zijn kritiek op de multiculturele samenleving, die een scherpe rand had gekregen na de aanslagen in New York op 11 september 2001. De enorme verkiezingsnederlaag van de PvdA bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2002 was een direct gevolg van de anti-paarse stemming.
Voorjaar 2002
In februari 2002 huwde kroonprins Willem-Alexander de Argentijnse Máxima. Zij is de dochter van Jorge Zorreguieta, die minister was tijdens de dictatuur in Argentinië. Namens het kabinet overtuigde oud-minister Van der Stoel Zorreguieta ervan niet bij de trouwplechtigheid te verschijnen, vanwege dit gevoelig liggende verleden. De zaak werd zo afdoende gesust.
Op 16 april 2002 viel het kabinet over de nasleep van de affaire-Srebrenica. Kok vond de uitkomst van het daarover verschenen NIOD-rapport te ernstig om nog door te regeren. Minister Pronk had een dag eerder al laten doorschemeren daarom te willen aftreden.
Literatuur