Dit dossier is bijgewerkt tot 1 augustus 2007

Pietje Bell, de spreekwoordelijke deugniet uit de boeken van Chris van Abkoude (1880-1960) is springlevend. Niet alleen worden alle delen van de serie nog steeds herdrukt en veel gelezen, maar bovendien is onlangs een speelfilm over deze vrolijke kwajongen in première gegaan, die zich afspeelt in het Rotterdam van het begin van de twintigste eeuw. In 1999 had regisseur Maria Peters al een succesvolle film gemaakt over Kruimeltje, een andere held van Van Abkoude. En dat smaakte naar meer. Kruimeltje was een echte tearjerker. Wie zijn ogen droog kon houden bij het slot van de film moest wel een ijskoude zijn. En ook bij het boek zal menige stoere Hollandsche jongen toch een brok in de keel hebben gevoeld.

Pietje Bell heeft een luchtiger imago. Hij is een belhamel vol grappen en grollen, meestal ongewild, maar soms bewust gericht op onsympathieke figuren in zijn omgeving, zoals de vreselijke drogist Geelman en zijn brave zoontje Jozef. Gemeten naar huidige maatstaven is Pietje Bell eigenlijk helemaal niet zo'n deugniet. Hij is zeer sociaal en heeft het beste voor met iedereen. Hij zou een rolmodel kunnen zijn voor het ideale kind anno 2002. Zijn fratsen zijn meestal mislukte pogingen om iets goeds te doen, zoals een buurtcircus dat volledig uit de hand loopt of een actie om oud papier op te ruimen in de school door het te verbranden. Van Abkoude schetst hoe sommige streken van Pietje enorm worden opgeblazen in de kranten: "Misdadige aanslag op een school door een zesjarig jongetje" en dat hij later ook beschuldigd wordt van 'misdaden' die hij niet heeft begaan. Dat is akelig actueel.

Pietje was geen 'dropout': hij haalde altijd goede cijfers op school, was ijverig en leergierig en groeide op tot een fatsoenlijk huisvader met een werkzaam leven in de journalistiek. Dat onderwijs belangrijk was en kinderen op school hun best moesten doen was voor Chris van Abkoude, die zelf van 1900 tot 1910 onderwijzer was geweest, vanzelfsprekend. Hij nam daarmee ook een hoop kritiek weg van degenen die vonden dat zijn boeken aanspoorden tot wangedrag door de jeugd en gebrek aan respect voor ouderen. En Pietje had respect voor zijn ouders, die op hun beurt zeer op hem gesteld waren. Zijn vader deelde met veel tegenzin wel eens een pak slaag uit, maar was eigenlijk zijn grootste bondgenoot. En dan was er de oude meester Ster, die Pietje altijd een zeer warm hart toedroeg. De ziekte en dood van meester Ster, zoals Van Abkoude die beschrijft in deel één van de reeks behoort tot de meest ontroerende passages in de Nederlandse jeugdliteratuur.

Literatuur

Links