Dit dossier is bijgwerkt tot 2 januari 2009

Zestig jaar geleden zijn de rechten van de mens vastgelegd. Op 10 december 1948 nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in Parijs de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aan. De dertig artikelen van deze verklaring kregen wereldwijd invloed op de bescherming van de mensenrechten. Het gaat daarbij om universele rechten als het recht op leven, vrijheid en veiligheid, gewetensvrijheid, vrijheid van godsdienst en vrijheid van vergadering.

Mensenrechten in de realiteit

Volgens de Verklaring zijn deze mensenrechten overal en altijd geldig, ongeacht de culturele of regionale waarden en gebruiken. In de realiteit blijkt dat de interpretatie vaak cultuurbepaald is en per werelddeel verschilt: in Europa of Australië denkt men er anders over dan in China. Organisaties als Amnesty International en Human Rights Watch zetten zich al jaren in voor wereldwijde naleving van de mensenrechten.

De voorgeschiedenis van de verklaring

Al eeuwen geleden werden in Europa de eerste rechten ter bescherming van het individu geformuleerd. Zo werden in de Engelse Magna Charta uit 1215 de onderdanen beschermd tegen onbeperkte belastingheffingen door de koning. Verschillende rechtsfilosofische stromingen hebben aandacht besteed aan mensenrechten en vrijheden. John Locke (1632-1704) bij voorbeeld is een vooraanstaand vertegenwoordiger van het zogenaamde natuurrecht. Volgens hem hebben mensen in hun natuurlijke toestand een aantal onvervreemdbare rechten, toegespitst op de begrippen “Life, Liberty and Property”. De vrijheidsfilosoof Rousseau (1712-1778) spreekt van een sociaal contract (Du Contract Social) tussen burger en staat, waarin de rechten en plichten zijn vastgelegd. Uit zulke rechtsfilosofische stromingen vloeiden onder meer de Amerikaanse Bill of Rights (1776) en de Franse Déclaration des droits de l’homme et du citoyen (1789) voort.

Na de Tweede Wereldoorlog

De verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog waren de aanleiding voor het opstellen van de eerder genoemde Universele Verklaring. Artikel 1 van het Handvest van de Verenigde Naties bestempelt de bescherming en bevordering van het respect voor de rechten van de mens als een van de doeleinden van de VN. Een betere bescherming van deze rechten wordt gezien als noodzakelijk voor het behoud van vrede en veiligheid.

Bindende verdragen

Een verklaring als de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is niet juridisch bindend. Wel gaat er een sterke normatieve druk vanuit, wanneer de Algemene Vergadering van de VN een dergelijke verklaring aanneemt. De Universele verklaring is uitgewerkt in drie regionale verdragen. In Europa geldt het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM). Voor Afrika en het Amerikaanse continent zijn twee andere verdragen gesloten; dit soort verdragen is wel juridisch bindend.

Het EVRM

Het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden is opgesteld door de Raad van Europa. Het trad in 1953 in werking en bevat een uitgebreide lijst burgerlijke en politieke rechten. Belangrijk zijn het recht op een eerlijk proces en het verbod op discriminatie. Wanneer een van de lidstaten van de Raad van Europa of haar organisaties in strijd handelt met het EVRM, kunnen burgers of andere lidstaten een klacht indienen bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Voorwaarde is wel dat eerst alle nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens is gevestigd in Straatsburg en kan juridisch bindende arresten opleggen aan de 47 verdragsstaten. Het Comité van Ministers van de Raad van Europa ziet toe op de tenuitvoerlegging ervan. Sinds 2004 heeft Egbert Meyjer namens Nederland zitting in het EHRM.

EHRM in de praktijk

Het aantal bij het EHRM ingediende klachten is sterk gegroeid van vierhonderd in 1984 tot meer dan vijftigduizend in 2007. Op 18 september 2008 deed het Hof zijn tienduizendste uitspraak. Deze stijging werd onder meer veroorzaakt door de toenemende bekendheid van het Hof en door het grotere aantal verdragsstaten vanwege de uitbreiding naar Oost-Europa na 1990.

Verdrag inzake de rechten van het kind

De Algemene Vergadering van de VN heeft in 1989 het Verdrag inzake de rechten van het kind aangenomen. Momenteel hebben 198 landen dat verdrag ondertekend. In dit verdrag zijn naast een aantal rechten ook regels opgenomen ter bescherming van kinderen. Het gaat om bescherming tegen onder meer kinderarbeid, kindermishandeling, seksueel misbruik en ontvoering. Het VN-Kinderrechtencomite in Genève houdt toezicht op de naleving van het Verdrag.

Literatuur

Links