Jeugd

Gerard Kornelis groeide op in het deel van Amsterdam dat bekend werd als Betondorp. Later verhuisde hij met zijn ouders naar de Jozef Israëlskade, waar hij zijn bekendste boek schreef en ook situeerde. Over de jeugd van de jonge Gerard zijn weinig betrouwbare gegevens voorhanden. Gerard Reve zelf omschreef zijn jeugd als een verschrikking, liefdeloos en hard en de hem omringende mensen als weinig gevoelig en vol onbegrip. Hoewel Gerard was toegelaten tot het gymnasium verliet hij de school voortijdig. Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog gooide bovendien roet in het eten. Van het Reve volgde wel een opleiding als typograaf en werkte korte tijd als journalist.

'De avonden'

Al in 1940 deed hij een dichtbundeltje in eigen beheer verschijnen. Hoewel dit voor het eerst bekend werd in de jaren '80, met het verschijnen van het eerste 'Archief Reve'-deel, werd aan het bestaan van dit boekje weinig geloof gehecht. Pas in de jaren '90 dook voor het eerst een authentiek exemplaar van het bewuste bundeltje Terugkeer op en moest het als het officiële debuut van Reve worden erkend. Veel bekender werd het eerste 'echte' boek van Reve, namelijk De avonden uit 1947. Hij publiceerde dit boek onder de naam Simon van het Reve en het riep felle reacties op in het na-oorlogse Nederland. Het werd afgewezen om de navrante uitzichtloosheid die eruit sprak, de verstikkende sfeer en de onbarmhartige tekening van de oppervlakkig levende ouders. Maar diverse literatoren uit die tijd, zoals Vestdijk, Anna Blaman en W.F. Hermans, prezen het boek om de stijl, compositie en psychologische zeggingskracht. Reve verwierf voor dit boek de Reina Prinsen Geerligsprijs, wat het prestige van het boek ten goede kwam. De invloed van De avonden in de tweede helft van de twintigste eeuw is moeilijk te overschatten - het werd meer dan vijftig maal herdrukt - maar middelbare scholieren van nu schijnen het boek niet meer te begrijpen.

Controversieel schrijverschap

Na 'De avonden' volgde een moeilijk te karakteriseren periode in Reves schrijverschap. Hij publiceerde novellen die tot zijn beste werk gerekend worden, Werther Nieland, De ondergang van de familie Boslowits en De laatste jaren van mijn grootvader. Toen hem evenwel van overheidswege een reisbeurs werd geweigerd wegens een aanstootgevende scène in een kort verhaal, prikkelde dat zijn weerzin jegens het vaderland. Reve zelf zocht naar een andere vorm voor zijn schrijverschap. Die vond hij niet zozeer in de bundels Tien vrolijke verhalen en Vier wintervertellingen maar wel in de zeer succesvolle brievenboeken Op weg naar het einde en Nader tot U uit de jaren zestig, waarin hij feitelijk zijn eigen genre creëerde en voor het eerst na De avonden veel succes had bij een groot publiek. Dit hing samen met de publieke manifestatie van zijn homoseksuele geaardheid, ongehoord in die tijd, en de opzienbarende toetreding tot de katholieke kerk. Reve gold jarenlang, met Harry Mulisch en Willem Frederik Hermans, als een der drie grote schrijvers waarop Nederland in de tweede helft van de twintigste eeuw kon bogen.

Groot publiek

In de jaren zeventig en tachtig was het werk van Reve populair bij een groot publiek, maar critici werden geleidelijk aan minder enthousiast. Het lieve leven, Lieve jongens en Een circusjongen haalden wel grote oplagen maar misten volgens sommigen de zeggingskracht en originaliteit van zijn vroegere werk. Zijn taalgebruik, opzettelijk plechtig of ouderwets, soms ook met een eigen spelling, werd ogenschijnlijk een doel op zichzelf. De openlijke wijze waarop Reve beweerde zijn kunst zo gunstig mogelijk economisch te exploiteren wekte argwaan ten aanzien van de zuiverheid van zijn inspiratie, zeker toen er zeer talrijke brievenboeken volgden, met brieven aan vele vrienden en bekenden. Moeder en zoon, waarin Reve zijn toewijding aan het katholieke geloof beschrijft, werd wel als een overtuigend boek beschouwd, evenals trouwens Bezorgde ouders uit 1988.

Publieke figuur

Reve werd een publieke figuur die zijn zwaarmoedigheid, kunstenaarschap en geloof met een groot en geheel eigen gevoel voor humor beleed. Hij wist ook dikwijls op uitgekiende wijze de publiciteit te halen: door in de jaren vijftig bekend te maken alleen nog in het Engels te willen publiceren, door het proces wegens godslastering in de jaren zestig. Hij verhuisde, eerst naar het piepkleine dorpje Greonterp in Friesland, later naar Frankrijk. Verder door zijn naar alcoholisme neigende drankgebruik, dat hem in 1966 met een delirium in het ziekenhuis deed belanden. Tem slotte vooral door de diverse levensgezellen, vrijwel allen voorkomend in Reves literaire werk, voorzien van sprekende koosnamen als Teigetje, Woelrat, Jakhals en matroos Vos. Achter deze laatste gaat Joop Schafthuizen schuil, met wie Reve al sinds 1975 zijn leven deelt. Meerdere malen echter werd Reve ook racisme verweten, wat hij overigens altijd van de hand wees. Een geruchtmakend interview met Boudewijn Büch in Het parool bracht hem wat dit betreft in moeilijkheden. Deze verhinderden overigens niet dat hij als gastschrijver doceerde aan de Universiteit van Leiden en als speciale verslaggever van de NOS en NRC Handelsblad het bezoek van de paus aan Nederland (1985) op de voet volgde.

Reve cultus

Reve slaagde erin op een of andere wijze de cultus rond zijn persoon te stimuleren: door eigen taalgebruik en humor maar ook door zijn thematiek tot een soort van roeping te verheffen. Dat begrippen als 'De meedogenloze jongen' of 'Revisme' in bepaalde kringen van literatuurliefhebbers gemeengoed zijn is wat dit betreft veelzeggend. Er zijn tientallen studies gewijd aan Reve en zijn werk, er bestaat inmiddels een Reve-krant: Nader tot hem, er is een Reve-jaarboek geweest, antiquaar en specialist Piet van Winden uit Leiden publiceerde twee verschillende edities van Zelf Reve verzamelen. Handleiding tot een fatsoenlijke collectie en sinds enkele jaren wordt zijn verjaardag door liefhebbers gevierd. Enige jaren geleden organiseerde het Letterkundig Museum met groot succes de Reve-dagen. Reve was, kortom, een uitzonderlijk fenomeen in de recente Nederlandse letterkunde.