Dit dossier is bijgewerkt tot 10 april 2006

“Wat in De avonden (1947) in zulk een nog altijd de lezer verbijsterende overmoed werd ingezet, wijdere aspecten verkreeg in Werther Nieland (1949), Vier wintervertellingen (1956) en Tien vrolijke verhalen (1959), en tenslotte een ongehoorde driestheid bereikte in Op weg naar het einde (1963) en Nader tot U (1966), vindt thans een nieuw hoogtepunt in de letterlijk voor niets meer terugdeinzende, grotendeels in ballingschap geschreven liefdesroman De taal der liefde.”

Aldus de schrijver Gerard Reve (1923-2006) zelf aan het woord in de flaptekst van zijn boek De taal der liefde (1972). Merk op hoe in dit gedragen proza eigenlijk helemaal niets wordt gezegd. Voor wie thuis is in Reve’s oeuvre is dat geen bezwaar, men zal begrijpen wat de auteur bedoelt en zijn woordkeus zelfs waarderen. Anderzijds vertoont het een kernprobleem van Reve’s schrijverschap. Is hij nu een auteur die serieus genomen dient te worden of een uitgekookte grappenmaker die, hoewel geestig en stilistisch onnavolgbaar, eigenlijk ‘niets’ te vertellen heeft? 

Onmiskenbaar is dat Reve in zijn beste dagen een van Nederlands toonaangevende auteurs is geweest en dat zijn jeugdwerk een pregnantie en zeggingskracht vertoont die het een grote waarde verlenen. Bovendien verzekerde hij zich van de nodige aandacht door opzienbarend gedrag zoals zijn openlijk beleden homoseksualiteit, de kus aan de minister die hem de P.C. Hooftprijs uitreikte, zijn toetreding tot de katholieke kerk, het befaamde ezelproces en zijn racistische uitspraken. Reve, die op 8 april 2006 overleed, was al lang ziek, niet meer aanspreekbaar en letterlijk, op sterven na, dood. De laatste jaren is al gebleken dat Reve’s boeken het zonder de promotionele ondersteuning van de auteur in levende lijve, zoals optredens, interviews en af en toe een nieuwe titel, maar moeilijk konden redden. Enfin, Reve zelf heeft dit al min of meer voorzien toen hij stelde: “Een kunstenaar moet in de eerste plaats zorgen voor kwaliteit, maar als je in de wereld van de kunst niet af en toe een flinke keel opzet kom je nergens.”. 

Gerard Reve is dood, leve Gerard Reve. Wat het belang is van zijn omvangrijke oeuvre voor de generaties na ons zal moeten blijken. Nu reeds lopen de meningen daarover sterk uiteen. Maar, om een van de beroemdste zinnen uit Reve’s beroemdste boek, De avonden, aan te halen: “Het is gezien. Het is niet onopgemerkt gebleven.”

Van de vele publicaties van en over Gerard Reve bezit de KB er honderden, in talrijke, verschillende edities. In de beide titelbestanden bij dit dossier met publicaties van en over Reve worden alleen de meest recente genoemd. Deze en andere publicaties worden aan belangstellenden in vrijwel alle gevallen zonder verdere restricties ter inzage gegeven.