Dit dossier is bijgewerkt tot 4 maart 2009
Nieuwe bibliografie van Annie M.G. Schmidt
Vanaf 5 maart 2009 wordt in de Openbare Bibliotheek Amsterdam, in het kader van Wereldboekenstad, een grote tentoonstelling gehouden over de kinderboekenschrijfster Annie M.G. Schmidt. De opening van de tentoonstelling valt samen met de uitgave van een bibliografie van haar werk door Marcel Raadgeep: ‘Ik krijg zo’n drang van binnen’. Er verschenen reeds verschillende boeken over het leven van de schrijfster, maar een gedegen bibliografie ontbrak nog.
Jarenlang bibliografisch speurwerk
In ‘Ik krijg zo’n drang van binnen’ wordt het gehele oeuvre van Annie Schmidt beschreven voor zover dat is verschenen in gedrukte vorm. Naast de reguliere uitgaven van haar werk, zijn alle - zeldzame - bibliofiele uitgaven, luisterboeken, bladmuziek en vertalingen opgenomen. Maar ook de boeken die over Annie M.G. Schmidt en haar werk verschenen en de door haar bewerkte Gouden Boekjes staan vermeld. Een ware Fundgrube aan feiten voor de Annie M.G. Schmidt-liefhebber is het hoofdstuk waarin de publicaties in kranten en tijdschriften worden beschreven. Een speurtocht van vele jaren ging aan deze uitgave vooraf. Een deel van de opgenomen informatie lag voor de hand, maar een misschien nog groter deel was vóór het verschijnen van deze publicatie bij een groot publiek onbekend. Veel van Schmidts vertalingen bijvoorbeeld en ook haar bijdragen aan het ‘Rotterdamsch Parool’.
De meer dan duizend omslagen van de beschreven titels zijn in kleur afgebeeld. Voor deze bibliografie schreef Annejet van der Zijl, schrijfster van de geroemde biografie ‘Anna’, een voorwoord.
Een domineesdochter uit Zeeland
Anna Maria Geertruida Schmidt werd 20 mei 1911 geboren in Kapelle op Zuid-Beveland, waar haar vader dominee was. De jonge Anna, ook wel 'Zus' genoemd, ontdekte al snel de literatuur.
'Er was in die tijd nog geen Openbare Bibliotheek, maar er waren wel boeken thuis, want mijn moeder las veel. Mijn vader had voornamelijk zware domineeskost. Twee keer in de week kwam er een leesportefeuille. Eentje met 'De prins' erin en 'Het leven' en 'Op de hoogte' en die andere kwam uit het buitenland. Daar zaten ook cartoons tussen en 'Punch' en altijd één complete roman. We hadden niet veel geld om boeken te kopen, maar moeder leende van vrienden. Ze was net zo hongerig als ik.'
[Joke Linders in gesprek met Annie M.G. Schmidt in 'Bzzlletin', oktober 1987].'
Als dichteres
Toen Annie vijftien was (in 1926) stuurde haar moeder een paar gedichten naar Willem Kloos 'de God van de dichtkunst'. Kloos schreef terug dat 'zij waarachtig aanleg heeft' en 'dat er wezenlijk diep iets in haar zingt'. Hij adviseerde moeder Schmidt haar dochter te blijven aanmoedigen.
Vervolgens verschenen enkele gedichten van Annie M.G. Schmidt in de maandbladen 'Zij' (bijblad van 'Morks magazijn') en 'Ons eigen tijdschrift'. Daarna verschenen teksten in het literair maandblad 'Opwaartsche wegen' (1938 en 1939), in het politieke blad 'De blaasbalg' (1939) en in het jeugdtijdschrift 'Ruim baan' (1945 en 1946).
Cabaretteksten
Van 1932 tot 1946 werkte Annie M.G. Schmidt in verschillende bibliotheken, in verschillende functies. Uiteindelijk kwam ze in februari 1946 terecht bij de afdeling documentatie van het dagblad 'Het Parool'.
Incidenteel leverde ze bijdragen voor de krant, maar met de prachtige (cabaret)teksten die ze schreef voor een personeelsfeest, begon haar 'echte' schrijverscarrière. Ze werd als belangrijkste tekstschrijver ingelijfd bij het journalistencabaret 'De Inktvis'.
'De wereld is wonderlijk leeg zonder jou.
Er staat maar zo weinig meer in.
De hemel is aldoor zo hinderlijk blauw.
Waarom? Wat heeft het voor zin?
De merel zit zachtjes te zingen in 't groen.
Voor mij hoeft ie heus zo z'n best niet te doen.
De wereld kon vol van geluk zijn, maar nou:
leeg, zonder jou.'
Schrijfster van beroep
Al snel verliet ze de documentatie-afdeling en werd fulltime schrijver. In de periode 1948-1957 schreef Annie M.G. Schmidt, vrijwel wekelijks enkele teksten voor 'Het Parool': columns ('Impressies van een simpele ziel'), kinderversjes ('Dikkertje Dap', 'Het beertje Pippeloentje', 'Het schaap Veronica' en 'Mr. van Zoeten'), kinderverhalen ('Jip en Janneke').
In 1950 verschenen bij uitgeverij de Arbeiderspers haar eerste twee bundels: 'En wat dan nog?' en 'Het fluitketeltje'. Er zouden tientallen bundels volgen.
'Mr. van Zoeten
waste zijn voeten
zaterdags in het aquarium.
Onder het poedelen
zat hij te joedelen
't liedje van hum-tiedelum-tiedelum!'
Kees Fens zei over haar taalgebruik:
'Er wordt geschreven in een zo levend Nederlands dat de lezer nauwelijks door heeft, hoe knap het is, hoe fantasierijk, hoe superieur gewoon, een taal die al zijn kunstmatigheid kwijt is, zijn deftige uitspraak ook...'
[uit: Kijk, Annie M.G. Schmidt : de schrijfster in beeld, 1984]
'De optelsom van haar artistieke prestaties levert een haast ongelooflijke uitkomst op. Haar werk is klassiek geworden bij haar leven. [...] Zij is bij elkaar, wat in een land als Engeland of Frankrijk of de VS vijf, zes, zeven specialisten afzonderlijk in een oeuvre waarmaken.
De beste kinderboekenauteur van het land. De beste en populairste tv-schrijfster. De eigenlijke schepper van een vaderlandse musical. De constantste en in kwaliteit betrouwbaarste cabaretteksten-leverancier. En zo nog het een en ander. Laat het grote woord maar vallen: een uitzonderlijke verschijning, Annie M.G. Schmidt'
[Michel van der Plas in 'Elseviers weekblad', 30 december 1967].
Voor radio en televisie
Ook radio en televisie hadden haar kwaliteiten ontdekt. Onder andere de series 'De familie Doorsnee' (1952-1958) en 'Pension Hommeles' (1957-1959) hebben haar een nationale bekendheid bezorgd. Ze zijn de voorlopers geweest van de latere theatermusicals 'Heerlijk duurt het langst', 'En nu naar bed' en 'Foxtrot'.
In 1958, na beëindiging van haar vaste dienstverband bij 'Het Parool' nam Annie M.G. Schmidt regelmatig commerciële opdrachten aan: 'De drie stouterdjes' (1959), 'Prélientje' (1959), 'Pluis en Poezeltje' (1963) en 'Floddertje', (1968). Ook begon ze te schrijven voor tijdschriften als 'Kris kras' ('Wiplala') , 'Televizier' ('Ibbeltje') en 'Margriet' ('Pluk van de Petteflet' en 'Otje').
Overleden in 1995
Annie M.G. Schmidt overleed in de nacht van 20 op 21 mei 1995 en werd begraven op de Amsterdamse begraafplaats 'Zorgvlied'. Ellen Boswijk ontwierp de grafsteen, waarop kleurige tegeltjes een blijvend bosje bloemen symboliseren.