Dit dossier is bijgewerkt tot 2 juni 2008.
Ruim 60 jaar na hun eerste optreden verschijnt in 2008 het 300ste album van Suske en Wiske - Het machtige monument. In dit dossier wordt ingegaan op de achtergrond van deze bekende stripfiguren.
Het begin
Het begon allemaal op 30 maart 1945, toen de Vlaamse krant De Nieuwe Standaard de eerste aflevering presenteerde van De avonturen van Rikki en Wiske door tekenaar/scenarist Willy Vandersteen (1913-1990). De strip - met Wiske, haar broer Rikki en tante Sidonia in de hoofdrollen - sloeg aan en kreeg nog hetzelfde jaar een vervolg met het eerste avontuur van Suske (kort voor François) en Wiske (kort voor Louise): Op het eiland Amoras. Hierin maakt Rikki plaats voor Suske en maken we kennis met professor Barabas en zijn teletijdmachine. Lambik, de clown van het verhaal maakt in de derde episode (De sprietatoom, 1946) zijn opwachting, terwijl krachtpatser Jerom pas in 1952 opduikt (in De dolle musketiers). Na verschijning in de krant werden de verhalen uitgegeven in albums met een rode omslag (Rode reeks); een uiterlijke vorm die zou worden gebruikt tot in 2007, toen de uitgever met het 296ste album (De curieuze neuzen) overstapte op een modernere, bladvullende omslagtekening.
De eerste jaren
In 1948 ging Vandersteen in op een verzoek van Hergé om voor stripblad Kuifje Suske en Wiske-avonturen te maken. De tekenstijl werd aangepast, Lambik werd heldhaftiger, Wiske onderging een metamorfoze, en voor Sidonia, Jerom en professor Barabas was in de meer serieuze verhalen geen plaats. De geheel in kleur gedrukte Kuifje-verhalen (waaronder Het spaanse spook, 1952 en De schat van Beersel, 1954) worden tot Vandersteen’s beste werk gerekend en om ze te onderscheiden van de ‘krantenverhalen’ kregen de albumuitgaven een blauwe omslag (Blauwe reeks). Vanwege onenigheid over copyright brak Vandersteen met Hergé na acht verhalen, waarvan het laatste (Het gouden paard) pas in 1969 als album zou verschijnen. Tot 1959 werden de reguliere Suske en Wiske-albums in zwart-wit uitgegeven, daarna werden steunkleuren geïntroduceerd, en vanaf 1967 verschenen alle albums in vierkleurendruk. De eerste kleurenuitgave (De poenschepper) draagt nummer 67 en is de start van de reeks die nu nog steeds te koop is. De oude verhalen werden alsnog ingekleurd, soms hertekend, en verschenen onder een nieuw nummer. Naast de reguliere albums werden in de loop der jaren ook diverse bundelingen, vakantieboeken, reclameuitgaven, luxe-edities en spin-off reeksen uitgebracht.
Aanpassingen
Toen Vandersteen aan een nieuwe serie begon (Robert en Bertrand) vond hij voor Suske en Wiske een waardig en enthousiast opvolger in zijn assistent Paul Geerts. Geerts eerste eigen verhaal was De gekke gokker (1972) en tot zijn pensioen in 2002 bleef hij hoofdtekenaar. Vandersteen was inmiddels overleden, maar had testamentair voorwaarden vastgelegd voor voortzetting van Suske en Wiske: seks is taboe, hoofpersonen mogen niet veranderen, verouderen of verdwijnen, en bepaalde situaties zijn blijvend: een huwelijk tussen Sidonia en Lambik zal bijvoorbeeld nooit plaatsvinden. Toch bleef niet alles bij het oude. Omdat de oplagecijfers van de albums eind jaren '90 drastisch daalden (van ruim 400.000 naar minder dan 300.000), kregen Geerts en diens opvolger, Marc Verhaegen van de erven Vandersteen de opdracht Suske en Wiske te moderniseren: hun taalgebruik werd aangepast, gsm en pc maakten hun entree en in De koeiencommissie (2001) verscheen Wiske in naveltruitje en korte rok; dat laatste veroorzaakte zo veel opschudding dat ze vanaf De blote Belg (2002) weer keurig een jurk droeg. Na onenigheid met zijn meerderen werd Verhaegen in 2005 op staande voet ontslagen - hij zou niet in een team kunnen werken, en zijn onderwerpskeuze was niet in de geest van Vandersteen. Verhaegen werd opgevolgd door een tekenteam onder leiding van Luc Morjaeu en een scenarioteam onder leiding van Peter van Gucht.
Populariteit & continuïteit
Het aanhoudende succes van Suske en Wiske zal te maken hebben met de uitgebalanceerde mix van ingrediënten (humor, vriendschap, magie en avontuur), de ijzersterke hoofdfiguren en de gevarieerde onderwerpskeuze. Vaak spelen de verhalen in op actuele kwesties, zoals Kaapse kaalkoppen (2004), waarin de afschaffing van de apartheid wordt belicht; soms wordt juist teruggegrepen naar de geschiedenis of klassieke thema’s: zo liet Vandersteen zich voor De ringelingschat (1969) inspireren door Wagner's Ring des Nibelungen en is De junglebloem (1969) een gedeeltelijke hervertelling van Kipling’s The Jungle Book. Ongetwijfeld draagt ook de continuïteit van de serie bij tot het succes - jaarlijks verschijnen nog altijd vier nieuwe albums. De populariteit van Suske en Wiske resulteerde in talloze vertalingen (van Frans tot Afrikaans, van Japans tot Esperanto), enkele parodieën, een speelfilm (De duistere diamant, 2004), twee poppenseries en een musical; voor 2008 is een tweede musical aangekondigd, en de eerste van een reeks animatiefilms. Kenners mogen vinden dat de kwaliteit van de verhalen na het overlijden van Vandersteen achteruit is gegaan, en de verkoopcijfers van de albums mogen niet meer zijn wat ze waren - het einde van het succesverhaal van Suske en Wiske lijkt ook met het 300ste album nog niet in zicht.
Literatuur
Links