Dit dossier is bijgewerkt tot 18 mei 2006.
Op vrijdag 19 mei 2006 wordt in het Letterkundig Museum de P.C. Hooftprijs uitgereikt aan H.C. ten Berge voor zijn gehele oeuvre.
Johannes Cornelis (Hans) ten Berge werd geboren op 24 december 1938 in Alkmaar. Hij bracht zijn jeugd door in Bergen en trok in het begin van de jaren zestig naar Amsterdam om te studeren. Zijn eerste publicatie, in 1961, betrof een sprookje, De prins en de gedachte, in een verzameling verhalen en gedichten die verscheen onder de naam Zwart schuurpapier. Zijn eerste gedichten verschenen in 1963 in de tijdschriften Podium en Merlyn. In 1967 richtte Ten Berge zelf het literaire tijdschrift Raster op dat tot 1973 verscheen en werd opgevolgd door het nog steeds bestaande Raster. Tijdschrift in boekvorm. In 1969 verscheen zijn eerste verhalenbundel, Canaletto en andere verhalen.
Ten Berge schreef in verschillende genres. Naast poëzie en korte verhalen, schreef hij essays, maakte hij vertalingen, zoals van gedichten van Ezra Pound, en publiceerde enkele romans. De grens tussen deze genres is niet altijd even scherp. Zo bundelt De beren van Churchill essays, brieven, poëzie en proza. Ook verschillende personages en woorden - zoals Stefan, raaf, sjamaan - komen zowel in zijn proza als poëzie regelmatig terug.
De raaf en de sjamaan vinden hun oorsprong in fabels en mythen van Noord-Amerikaanse Indianen, Eskimo’s en Siberische volken. Ten Berge verzamelde en vertaalde deze vertellingen. De belangstelling voor deze volken spitst zich vooral toe op hun talen die minder abstract zijn dan de moderne Westerse talen en directer naar de werkelijkheid verwijzen. De interesse in andere culturen komt naast deze fabels en mythen ook terug in vertalingen van uiteenlopende werken zoals Japans noh-theater en Azteekse poëzie.
Het onderweg zijn is dan ook een thema dat veel terugkomt in zijn werk en personages zijn vaak reizigers. Hierbij is het onderweg zijn zelf belangrijker dan de bestemming van de reis; eigenlijk is de reis zelf een bestemming. Als toch een bestemming wordt bereikt is dit een leegte. In Texaanse Elegieën, wel gezien als een hoogtepunt in zijn werk, is dit thema duidelijk aanwezig.
Andere belangrijke thema’s zijn de dreiging die uitgaat van de vrouwelijke seksualiteit en incest. Het eerste vindt wederom zijn oorsprong bij de vertellingen van Indianen waarin seksualiteit in termen van vreten of gevreten worden tot uiting komt. Voorbeelden hiervan zijn te vinden in de bundel Vrouwen, jaloezie en andere ongemakken.
Incest is een thema dat Ten Berge terugvoert op de klassieke Griekse mythen waarin dit element veelvuldig voorkomt. Deze mythen verbindt hij dan weer met modernere voorbeelden. Deze montage-techniek, het naast elkaar plaatsen van verschillende tijden of verschillende culturen, is kenmerkend voor het werk van H.C. ten Berge.
Dit werk vraagt soms veel van de lezer. De doorbraak bij het grote publiek is dan ook een toegankelijkere roman: Het geheim van een opgewekt humeur uit 1988. Zijn meest recente werken zijn de roman Blauwbaards ontwaken (2003) en de gedichtenbundel Het vertrapte mysterie (2004).
De P.C. Hooftprijs is niet de eerste prijs die Ten Berge in ontvangst mag nemen. Op zijn erelijstje staan inmiddels zowel de poëzie- als de prozaprijs van de gemeente Amsterdam, de Van der Hoogtprijs, de bijzondere prijs van de Jan Campertstichting, de Multatuliprijs, de Constantijn Huygensprijs en de A. Roland Holst Penning.