Dit dossier is bijgewerkt tot 10 februari 2011

Discussiëren over terrorisme is lastig door de subjectieve lading van het begrip. Wat een slachtoffer als terroristische aanslag ervaart, is voor de dader een gerechtvaardigde, noodzakelijke actie in zijn strijd.

Aanslagen

Bij geschillen over religie en politieke ideologie geldt: aan welke kant sta je? In de jaren ’80 stichtte in Nederland de actiegroep RaRa enkele malen brand bij vestigingen van de Makro, vanwege de belangen die dat bedrijf in Zuid-Afrika had. De schade liep in de tientallen miljoenen. Na de vierde brand trok de Makro zich terug uit Zuid-Afrika. Waren die acties goed of fout? En was het terrorisme?
Uit de hele wereld komen berichten over terroristische aanslagen. In Bagdad, Moskou, Londen, Madrid, Tokyo, New York (9/11 in 2001 was waarschijnlijk de meest schokkende aanslag van de laatste tien jaar), overal hebben aanslagen plaatsgevonden. Groeperingen of individuen gebruiken geweld om een doel te bereiken.

Achtergrond

Terrorisme verschilt van brute criminaliteit in die zin, dat het niet gaat om puur gewin, zoals bij een roofoverval. De terrorist streeft een ideaal na. Politieke, etnische, sociaal-economische of religieuze motieven of combinaties daarvan zijn aan de orde. Voorbeelden uit de twintigste eeuw zijn de IRA in Noord-Ierland, de ETA in Baskenland, de Tamil Tijgers in Sri Lanka of de O.A.S. in Frankrijk. In zulke gevallen streven bevolkingsgroepen of religieuze groeperingen voor hen essentiële veranderingen in het staatsbestel na, die de autoriteiten hen niet toestaan. Die groeperingen kunnen in het ‘normale’ politieke bedrijf hun doel niet verwezenlijken. De radicale leden gaan dan over tot gewelddadigheden.

Chaos en publiciteit

Hoe verschillend de achtergronden van terroristische (van terror, Latijn voor ‘angst’) aanslagen mogen zijn, meestal gaat het om het maken van veel slachtoffers op een centrale locatie, zodat de actie veel publiciteit krijgt. Vaak eisen de daders de actie op met een perscommuniqué. De beelden van chaos, rennende hulpverleners, ambulances en geschokte omstanders maken veel indruk. Ook dat draagt bij aan de impact van de actie, die als doel heeft te destabiliseren en de gezagsdragers te beschadigen.

Definiëring en onderzoek

Er bestaan meer dan honderd definities van het begrip ‘terrorisme’. Dat komt door de complexe achtergrond ervan. Toch probeert men terrorisme te definiëren. Bij rechtszaken tegen daders moet precies worden vastgesteld waaraan die zich hebben schuldiggemaakt. Dan is een exacte definitie nuttig, hoewel er regimes bestaan die het niet zo nauw nemen met de 'letter van de wet'. Te denken valt aan Noord-Korea of Libië. 
Ook voor wetenschappers is de definiëring essentieel, om bij onderzoek te bepalen of het gaat om bijvoorbeeld extremisme, terrorisme of activisme. Verzekeraars hebben behoefte aan nauwkeurige omschrijvingen, om te bepalen of er schade moet worden vergoed. Voor de slachtoffers maakt het niet uit of terrorisme goed gedefinieerd is.

Staatsterrorisme

Wanneer een overheid tegenstanders laat uitschakelen met gewelddadige acties, heet dat staatsterrorisme. Voorbeelden ervan waren het Argentijnse bewind tijdens de junta (1976-1983); de aanslag op de Rainbow Warrior van Greenpeace bij Auckland (juli 1985), waar de Franse inlichtingendienst achter bleek te zitten. In Rusland werden de afgelopen jaren kritische journalisten vermoord; die zaken werden tot nog toe niet opgehelderd.

Terrorisme in Nederland

In de Tweede Wereldoorlog liquideerde het verzet in Nederland SS’ers en NSB’ers. In de ogen van de bezetter waren dat terroristische acties, maar voor de meeste Nederlanders waren de daders verzetshelden.
Na de oorlog kreeg Nederland weer met terrorisme te maken. Terrorisme van eigen bodem door de Zuid-Molukkers in de jaren ’70, met treinkapingen en gijzelingen. De RAF (Duits) en de IRA opereerden een enkele maal op Nederlands grondgebied, waarbij ook doden vielen. In 1974 bezette het Japanse ‘Rode Leger’ de Franse ambassade; daarbij raakten enkele politieagenten gewond. 

Laatste tien jaar

Veel beroering in Nederland gaf de moordaanslag in Amsterdam op filmregisseur Theo van Gogh (2004). Het bleek dat de dader banden had met de zogeheten Hofstadgroep. De aanslag leidde tot veel discussie over veiligheid en terrorisme.
In 2004 arresteerde een politieteam een aantal leden van de Hofstadgroep. Zij werden verdacht van het beramen van terroristische acties. Nog in december 2010 pakte de Rotterdamse politie twaalf Somaliërs op, op verdenking van terrorisme.

Bestrijding

Terrorisme is niet nieuw. Aanslagen op vorsten, presidenten of overheidsgebouwen komen al lang voor. Overheidsinstanties nemen maatregelen daartegen, zo ook in Nederland. Organisaties als de AIVD (voorheen BVD) en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding voeren die taak uit. Websites als Nederland tegen terrorisme informeren de bevolking over wat wel of niet te doen in verdachte situaties.
Sinds de jaren ’90 is het terrorisme door het internet internationaler geworden. Wereldwijd onderhouden activisten via het web contacten. Hetzelfde geldt voor de inlichtingendiensten uit allerlei landen, die elkaar over eventueel bedereigende zaken informeren. Van recente datum is het Nationaal Trendrapport Cybercrime en Digitale Veiligheid 2010.
Critici uiten hun zorgen over de privacy die in het geding kan komen, wanneer overheidsinstanties gegevens willen achterhalen en opslaan.

Anno 2011 wordt het ‘jihadistisch terrorisme’, een soort heilige oorlog van orthodoxe moslims, gezien als de grootste bedreiging voor Nederland en de westerse wereld.

   

Literatuur

Links