Dit dossier is bijgewerkt tot 28 maart 2011

Op zaterdag 26 april 1986 ontplofte in het Oekraïense Tsjernobyl de kerncentrale. Het bleek de ernstigste nucleaire ramp tot nu toe. Zelfs in West-Europa was de vrijgekomen radioactieve straling merkbaar. 25 jaar later is de problematiek weer actueel, door de ongevallen met de Japanse kerncentrale bij Fukushima na de aardbeving van 11 maart 2011.

Tsjernobyl april 1986

De kerncentrale in Tsjernobyl was een van de tientallen nucleaire centrales in de toenmalige Sovjet-Unie. Tijdens het testen van een reactor ging het door menselijke fouten mis. Een proces van te snelle verhitting viel niet te stoppen en ’s nachts vloog door een explosie het tweeduizend ton zware dak van de reactor eraf. Door de ontstane brand kon een radioactieve rookwolk ontsnappen, die zich over een grote afstand verplaatste.

Sovjet-Unie en berichtgeving

Het Sovjet-regime censureerde en doseerde de nieuwsvoorziening nauwlettend. Op maandagochtend stond er nog geen enkel bericht over het gebeurde in Nederlandse kranten. In Scandinavië werd evenwel een hoge radioactieve straling gemeten, waarvan de oorzaak onduidelijk was. Pas bij navraag door Zweden gaven Russische autoriteiten toe dat er een ongeluk met een centrale was gebeurd. In het westen begreep men dat het zeer serieus moest zijn. De West-Europese landen uitten kritiek op de Sovjet-Unie over het achterhouden van informatie over zo’n ernstig ongeval.

Grote gevolgen

De Sovjet-autoriteiten beseften dat ingrijpen noodzakelijk was. De brand moest worden gedoofd en de radioactieve straling bestreden. In een straal van dertig kilometer rond de centrale werden alle inwoners geëvacueerd. Ploegen werknemers gingen de centrale stilzetten en vervolgens van een afdekkap voorzien. Dat was riskant werk, want de straling was levensgevaarlijk. Zo’n vijfentwintig personen zouden overlijden aan de directe gevolgen van de ramp.

Tot in Nederland

Door de oostenwind bereikte de radioactiviteit na enkele dagen ook Nederland. De overheid, het KNMI en reisbureaus kregen talloze telefoontjes van verontruste Nederlanders. Het ministerie van Landbouw en Visserij kondigde voor tien dagen een graasverbod af. Het vee moest binnenblijven. In Leidschendam kwam een coördinatiepunt waar alle informatie over de ramp werd verzameld, onder andere voor het RIVM. Een week na de ramp was in Nederland de straling in de atmosfeer afgenomen, maar het rivierwater bleek nog verhoogd radioactief te zijn.

Kernenergie in Nederland

Na de Tweede Wereldoorlog werden overal ter wereld kerncentrales gebouwd, ook in Nederland. In Dodewaard (1969-1997) en bij Borssele (vanaf 1973 tot heden) kwamen twee centrales in bedrijf. Met argusogen werd ook gekeken naar de ontwikkelingen in Duitsland. Er kwamen uit Nederland veel protesten tegen de bouw van een kerncentrale bij Kalkar. Kernenergie was omstreden vanwege de risico’s bij een eventueel ongeval. Om in Nederland de mening over kernenergie te peilen kwam in de jaren 1981-1983 de Brede Maatschappelijke Discusie op gang. Daaruit bleek dat een meerderheid van de Nederlanders tegen een nieuwe kerncentrale was. De toenmalige regering nam dit standpunt niet over en overwoog nieuwe centrales te bouwen. Een debat daarover stond op de agenda voor mei 1986. De ramp in Tsjernobyl zette alle plannen voor jaren stil.

Andere kernrampen

Eind maart 1979 vond een storing plaats in het koelsysteem van de kerncentrale bij Harrisburg (Pennsylvania). De reactorkern raakte beschadigd en er kwamen radioactieve gassen vrij in de atmosfeer. Voor de gezondheid van de omwonenden had de ramp geen gevolgen, maar de centrale bleef voorgoed buiten bedrijf. In Sellafield (Noordwest-Engeland) staat een centrale voor de opwerking van kernafval. Daarmee zijn in de afgelopen jaren verscheidene ongelukken gebeurd. Meestal vielen de gevolgen voor de volksgezondheid mee.

Films en literatuur

In maart 1979 ging de film The China syndrome in première, amper twee weken voor de ramp in Harrisburg. De film ging over een bijna-ramp in een kerncentrale. Het management van de centrale en de overheden deden hun best de zaak zoveel mogelijk buiten de publiciteit te houden. De film Silkwood (1983) vertelt het levensverhaal van Karen Silkwood. Zij kwam op verdachte wijze om het leven toen zij misstanden onderzocht in de nucleaire fabriek waar zij werkte.
Voor de jeugd verscheen een boek van Rob Zadel, De vloek van Sellafield (1994). Kernrampen hebben in de literatuur nog weinig sporen nagelaten. Voor Jasperina de Jong schreef Ivo de Wijs ‘Dankjewel, Tsjernobyl’ waarin de ik-figuur zegt zo dankbaar te zijn omdat hij na Tsjernobyl zo mileubewust is geworden.

Anno 2011

25 jaar later zijn de gevolgen van de ramp bij Tsjernobyl nog merkbaar. In de omgeving van de centrale woont vrijwel niemand. Nog altijd lijden mensen aan de gevolgen van de straling. Het volledig afdekken van het nucleaire complex zal pas in 2013 afgerond zijn.
In Nederland kwam in de laatste jaren de discussie over een nieuwe kerncentrale weer op gang, onder meer omdat de eigen aardgasvoorraad begint op te raken en fossiele brandstoffen door de CO2-uitstoot het broeikas-effect verergeren. In zijn regeringsverklaring (26 oktober 2010) zei premier Rutte “Het kabinet werkt (…) ook mee aan de vergunningverlening voor nieuwe kerncentrales.” De ramp bij Fukushima leidt echter tot protesten in Nederland tegen de bouw van een nieuwe kernreactor.
Eind maart 2011 is niet te voorzien hoe ernstig het ongeval bij de centrale in Fukushima zal uitpakken. De onzekerheid blijft, aangezien radioactieve straling nog decennia later slachtoffers kan maken. Zal dit ongeval net zo’n effect hebben op de opvattingen in Nederland als 25 jaar geleden de ramp bij Tsjernobyl?

     

Literatuur

Links