Dit dossier is bijgewerkt tot 12 oktober 2009
Nieuwe brievenuitgave
Op 9 oktober 2009 verscheen de nieuwe wetenschappelijke teksteditie van de brieven van Vincent van Gogh. Zes dikke delen met 2180 pagina’s en zo’n 2000 afbeeldingen. Het is het resultaat van een samenwerkingsproject tussen het Vincent van Gogh Museum en het Huygens Instituut. Onder leiding van de redacteuren Leo Jansen, Hans Luijten en Nienke Bakker is er vijftien jaar aan gewerkt.
Alle 819 - bekende - brieven die Van Gogh schreef en de 83 - bekende - brieven die hij ontving zijn in originele vorm, met transcripties en vertalingen, opgenomen. Alles wat in de brieven vermeld staat is nageplozen, uitgetekend, geïdentificeerd en afgebeeld.
Deze uitgave heeft veel nieuwe feiten aan het licht gebracht, die het beeld van Van Gogh als arm miskend genie kunnen bijstellen. Van de brievenverzameling is een uitgebreide, doorzoekbare webeditie gemaakt.
Brieven als bronnen
De brieven hebben al eerder de basis gevormd voor talloze biografieën over Van Gogh, voor deelstudies over aspecten van zijn leven en voor het bestuderen van zijn artistieke ontwikkeling. Ze vormen op zichzelf een monument in de Nederlandse literatuur. De meeste brieven zijn geschreven aan Van Goghs jongere broer Theo. Verder zijn er brieven aan Vincents ouders, aan zijn zus Wil en aan enkele van zijn schildersvrienden bewaard gebleven.
Een bestaan met veel omzwervingen
Vincent van Gogh werd op 30 maart 1853 geboren in Zundert als zoon van dominee Theodorus van Gogh en Anna Cornelia Carbenus. Zij was de dochter van een bekende boekverkoper en boekbinder in Den Haag. Vincent kon als kind al verrassend goed tekenen, maar aanvankelijk wees niets erop dat hij kunstenaar zou worden.
Na zijn jeugdjaren in Zundert woonde Van Gogh in talloze steden en dorpen zoals Tilburg, Den Haag, Londen, Parijs, Brussel, Nuenen, Antwerpen, Arles en ten slotte Auvers-sur-Oise. Aan zijn omzwervingen en creatieve jaren zijn uitgebreide monografieën en tentoonstellingen gewijd.
Een emotioneel mens
Via zijn familie kwam hij in de kunsthandel terecht. Eerst in het Haagse filiaal van de Parijse kunsthandel Goupil & Co., opgericht door zijn oom Vincent, daarna in de filialen te Londen en Parijs. De teleurstelling over een niet beantwoorde hevige verliefdheid in 1873-1874 in Londen en een groot sociaal gevoel dreven Van Gogh in de richting van een fanatieke geloofsbeleving. In de praktijk betekende het dat hij het woord Gods ging verspreiden onder de straatarme mijnwerkers in de Borinage. Hij belandde gaandeweg in een geestelijke crisis. Hij kwam daar weer uit in het najaar van 1880, maar niet zonder gevolgen: hij had inmiddels een grote afkeer jegens de gevestigde kerk. Belangrijker was dat hij had besloten om schilder te worden. Van Gogh was toen 27 jaar oud.
Schilder en tekenaar
In de volgende tien jaar ontwikkelde Van Gogh zich van een schilder/tekenaar van het boerenleven, met een nogal somber palet geworteld in de Hollandse traditie, tot een schilder aan wiens invloed praktisch geen enkele twintigste eeuwse kunstenaar zich kon onttrekken. Tot zijn oeuvre behoorden de trieste, maar rake portretten van zijn minnares, de prostituee Sien, De Aardappeleters en de stralende zonnebloemen, de zonovergoten landschappen, zijn opzienbarende portretten en de duizelingwekkende sterrenhemels in Arles.
In Brussel, Den Haag en Parijs
Van Gogh verbleef korte tijd als kunstenaar in Brussel. In Etten beleefde hij een hevige, onbeantwoorde liefde voor zijn nichtje Kee Vos. Tijdens de jaren in Den Haag werd hij geholpen door zijn neef Anton Mauve. Tot grote consternatie van zijn familie ging hij samenwonen met de prostituee Clasina Hoornik, oftewel Sien. Daarna belandde hij in Antwerpen, waar hij zich liet inschrijven aan de Academie voor Schone Kunsten. Hij hield het er slechts twee maanden uit.
Hij vertrok naar Parijs en woonde er in bij zijn broer Theo. In deze stad kwam hij in contact met de kunstenaars van de petit boulevard, zoals hij de nog niet gearriveerde impressionisten van de tweede generatie noemde. Hij ontwikkelde daar zijn volkomen eigen stijl en het stralend kleurgebruik.
Verblijf in Arles
De periode die het meest tot de verbeelding blijft spreken is Van Goghs verblijf in Arles. In een uitbarsting van creativiteit, in de gloeiende hitte en regelmatig geplaagd door de mistral, maakte hij in een moordend tempo zijn bekendste meesterwerken, waaronder: De zaaier, De oogst, een aantal versies van Zonnebloemen, het Portret van de postbode Roulin, De slaapkamer van Vincent en Caféterras bij avond.
In Arles werkte hij in een problematische vriendschappelijke relatie een tijdje samen met Gauguin. In deze periode sneed hij in een vlaag van verstandsverbijstering zijn linkeroorlelletje af. Hij eindigde zijn verblijf in Arles in totale geestelijke verwarring, gekweld door aanvallen van waanzin. Hij moest uiteindelijk opgenomen worden in het ziekenhuis voor geestelijk gestoorden in Saint-Rémy en Provence. Maar ook daar bleef hij tussen de aanvallen door schilderen.
Een dramatisch levenseinde
Vincents korte leven en zijn dramatische levenseinde – hij had zich in zijn buik geschoten - hebben al gauw veel inkt doen vloeien. Het duurde toch nog enkele decennia voordat rond hem een buitenproportionele cultus ontstond en hij de beroemdste schilder ter wereld werd. In zijn laatste, niet afgemaakte brief van 27 juli 1890 aan Theo, gevonden in zijn jaszak, stond: "Welnu, mijn eigen werk, ik heb er mijn leven aan gewaagd en half mijn verstand is er aan onder gegaan - goed ... maar wat heeft het voor zin?"
Literatuur
- Biografische overzichten en brievenuitgaven:
- Biografieën: plaatsen
- Catalogi van het werk van Van Gogh en museumcatalogi
- Het werk van Van Gogh
- Vincent van Gogh en tijdgenoten
- Deelstudies
Links
- Vincent van Gogh Museum in Amsterdam
- The Vincent van Gogh Gallery van David Brooks
- Kröller-Müller Museum
- Van Gogh's letters
- Vincent van Gogh in Etten