Dit dossier is bijgewerkt tot 13 januari 2003
Literatuur
- Titels Verkiezingen 2003
- Titels Algemeen
- Titels Politiek en de media
- Titels Historische verkiezingen
- Links
Na 87 dagen, viel op 16 oktober 2002 het kabinet Balkenende. Er werden daarom op 22 januari 2003 al opnieuw verkiezingen gehouden voor de Tweede Kamer.
Het kabinet Balkenende dat in 68 dagen werd geformeerd en op 22 juli werd geïnstalleerd werd gedragen door CDA, LPF en VVD. De eerste twee partijen bleken de grote winnaars te zijn van de verkiezingen op 15 mei 2002. Het CDA werd onverwacht ruim de grootste partij van Nederland, de LPF kwam met 26 zetels in de kamer, een ongekend record voor een nieuwe politieke partij. Het kabinet kende een moeilijk begin, de staatssecretaris voor van Sociale Zaken, Philomena Bijlhout, moest al na acht uur in functie het veld ruimen omdat ze verkeerde informatie had verstrekt over haar lidmaatschap van de Surinaamse Volksmilitie. Minister van Volksgezondheid Eduard Bomhoff neemt de omstreden belissing zijn topambtenaar Van Lieshout te ontslaan. De onrust binnen de LPF, waar in juli een bestuurscrisis ontstaat, slaat over naar het kabinet als fractievoorzitter Harry Wijnschenk de minister van Economische zaken, Herman Heinsbroek, vraagt politiek leider te worden van de LPF. Er ontstaat verwarring over het vice-premierschap dat in handen is van Eduard Bomhoff, Heinsbroek zou vinden dat deze positie door de politiek leider zou moeten worden vervuld, in casu hemzelf. Harry Wijnschenk wordt afgezet als fractievoorzitter en vervangen door de man die in augustus onder druk van de fractie opstapte, Mat Herben. Ondanks de onrust binnen het kabinet stuurt premier Balkenende een verzoenend kaartje naar de Tweede Kamer met de tekst: 'In antwoord op de mondelinge vragen van de g.a. Rosenmöller e.a. groeten wij u in gezamenlijkheid en eenheid vanuit de ministerraad.' Dit levert verdeelde reacties op. Het kabinet krijgt naast deze interne conflicten ook te maken met externe factoren die het functioneren beïnvloeden. De economische vooruitzichten blijken veel somberder dan tevoren gedacht. In de week waarin Prins Claus werd begraven, bleken de verschillen onverenigbaar geworden. Het kabinet viel, ondanks het feit dat de twee ministers Bomhoff en Heinsbroek aftraden.