Dit dossier in bijgewerkt tot 14 juli 2009
Nederland heeft een deel van zijn jeugd verloren. En dat door het overlijden van een bejaarde. Simon Vinkenoog overleed in de nacht van 11 op 12 juli 2009, tachtig jaar oud, aan een hersenbloeding. Een maand eerder was bij hem een deel van zijn rechterbeen geamputeerd. Maar zelfs dat deed hem zijn moed en uitbundige optimisme niet verliezen: op zijn website (zie onderaan bij de links) is hij op 7 juli nog stralend te zien in een ziekenhuisbed.
Dichter en performer
Bij velen is Vinkenoog bekend als prototype van hippie, hasjroker en dichter. Weinigen zullen een regel van hem kunnen citeren. Geen van zijn gedichten werd echt bekend, laat staan klassiek of ‘tijdloos’. Of dit erg is of niet is misschien niet eens zozeer de vraag. Het onderstreept alleen maar Vinkenoogs onmiskenbare kwaliteiten als performer, als persoonlijkheid, als gangmaker, stimulator en initiatiefnemer. Dat was hij namelijk vanaf het prille begin van zijn carrière en hij is dat tot op het laatst gebleven.
In Parijs van 1948-1956
Simon Vinkenoog werd geboren in 1928. Hij was van eenvoudige komaf, zijn jeugd was armoedig en chaotisch, ook al omdat Simons ouders uit elkaar gingen toen hij nog heel jong was. In 1944 rondde hij de MULO af, waarna hij twee jaar werkte bij uitgeverij Querido. In 1948 vetrok hij naar Parijs, waar hij een baantje vond als documentalist bij de UNESCO. Samen met Rudy Kousbroek, Remco Campert, Lucebert, Karel Appel, Hugo Claus en nog enkele passanten vormde hij in Parijs een Nederlandse poëtische enclave met een grote reputatie. Verschillende schrijvers, onder wie Vinkenoog, hebben hun herinneringen aan die tijd vastgelegd en gepubliceerd.
Atonaal uit 1951
Van groot belang voor de dichtersgroep ‘de Vijftigers’ was de publicatie van de door Simon Vinkenoog samengestelde bloemlezing Atonaal. Hierin werd een soort tableau de la troupe gepresenteerd van moderne Nederlandse dichters, die qua woordkeus, versvorm en thematiek verwant waren. Het waren niet alleen jongeren - denk aan Hanlo (1912-1969) - en iemand als Lodeizen (1924-1950) was toen zelfs al overleden. Voor veel lezers was de kennismaking met Atonaal een schok, maar het bezorgde de Vijftigers een plaats in het literaire landschap. Vooral bij jeugdige poëzieliefhebbers sloeg Atonaal aan. Het betekende bovendien een nieuw geluid, na de meer traditionele poëzie waarmee jongeren op school nog werden geconfronteerd, zoals van Kloos, Marsman en Roland Holst.
Vrijheid blijheid
In de loop der jaren publiceerde Vinkenoog tientallen boeken: poëzie, proza, essays, vertalingen en overzichtswerken. Hij ontpopte zich in de jaren zestig tot goeroe van het verrukte levensgevoel. Onder invloed van oosterse filosofen en vooral marihuana verkondigde Vinkenoog zijn poëtische boodschap van kosmische samenhang, bewustwording en bevrijding. Als gevolg hiervan werd hij als schrijver allengs minder serieus genomen, zonder dat Vinkenoog daar merkbaar last van had, overigens. Ter gelegenheid van Vinkenoogs tachtigste verjaardag verscheen in 2008 zijn Verzamelde gedichten, meer dan 1200 pagina’s dik.
Literair personage
Vinkenoogs opvallende persoonlijkheid werd ook zelf enkele keren literair vereeuwigd. In Ik Jan Cremer figureert Vinkenoog meermalen, steevast smalend aangeduid als ‘ongebakken deegsliert’. Even onvergetelijk, maar heel wat aansprekender, is Vinkenoogs optreden in het verhaal ‘Alle dagen feest’, van Remco Campert. Daarin figureert Simon Vinkenoog onder de naam Otto Ombach: “… een lange, nerveuze blonde jongeman, hij was er beroemd om, dat hij achter elkaar alle door de wereldorganisatie benoemde commissies op kon noemen. Het waren er meer dan 900 …”.
Oprechtheid van een stem
In 1963 verscheen, mede onder redactie van Simon Vinkenoog, een overzicht van 26 Nederlandse en Vlaamse schrijvers onder de titel Boekje open. Daarin wordt Vinkenoog gekarakteriseerd als “een onhandige, vitale, meelevende en mee-delende persoonlijkheid, die probeert één ding voorop te stellen: de eerlijkheid van een stem, die kan óverslaan en stamelen, maar aan de oprechtheid waarvan niemand zal kunnen twijfelen.” Bijna vijftig jaar later hebben deze woorden niets van hun betekenis verloren. Alleen die stem is voorgoed tot zwijgen gekomen.