Tekst uitgesproken door Martin Bossenbroek tijdens de officiële presentatie van Europa's koloniale eeuw. De koloniale rijken in de negentiende eeuw, 1815-1919, op donderdag 22 mei om 16 uur in het Snouck Hurgronjehuis aan het Leidse Rapenburg

Dames en heren,

In mijn vorige, Leidse, leven, zou ik een gelegenheid als deze zeker hebben aangegrepen voor een gedegen inhoudelijke bespreking van Wesselings nieuwste en tevens langstverwachte.
Europa's koloniale eeuw leent zich daarvoor, want het is de vrucht van tientallen jaren intensieve wetenschappelijke bemoeienis van een scherpzinnig denker en begenadigd stilist met het nog immer intrigerende historische verschijnsel van de Europese expansie en de reacties daarop. Ik zou dan hebben stilgestaan bij de memorabele paradoxen die Henk Wesseling ook in deze monografie tentoonspreidt:

  • de luchtige zwaarte van zijn redeneertrant,
  • het samengaan van een down-to-earth-benadering met een bird's-eye-view,
  • en zijn systematische bestrijding van intellectuele systeemdwang, in concreto zijn consistente ontkenning van wat je - met een variant op Jan Romein - een Algemeen Imperialistisch Patroon zou kunnen noemen.

Op dit soort zaken zou ik de aandacht hebben gevestigd, ware ik nog verbonden geweest aan de Vakgroep Geschiedenis van de Universiteit Leiden.

Echter, inmiddels al zo'n driekwart jaar ben ik werkzaam bij de Hoofdafdeling Kennisdiensten en Collecties van de Koninklijke Bibliotheek, en dat is, zoals het Historisch Nieuwsblad niet moe wordt mij te laten verklaren, iets totaal anders. In mijn huidige, Haagse, bestaan let ik op heel andere zaken. Bibliografische zaken vooral. Welke plaats neemt deze nieuwe publicatie in binnen het inmiddels imposante oeuvre van H.L. Wesseling?
Er was al zoveel, er was vorig jaar zelfs al 'de draagbare Wesseling'.
Is deze nieuwe publicatie dan wellicht de overtreffende trap, misschien zelfs 'de definitieve Wesseling'?

Dat soort vragen houdt je bezig als je werkzaam bent in een bibliotheek, en het aardige is dat je het daarbij niet laat. Je gaat op zoek, en dat betekent heden ten dage digitaal op zoek. Met andere woorden, je gaat het internet op, via de zoekmachine Google bij voorbeeld, je typt 'H L Wesseling' in, en valt vervolgens van de ene verbazing in de andere.
Om te beginnen door het aantal 'hits' dat je voorgeschoteld krijgt. Dat zijn er liefst 1790! Onvermijdelijk zijn daar ongerijmde en daardoor hoogst vermakelijke verwijzingen bij:

  • wist u bijvoorbeeld van de connectie tussen H.L. Wesseling en het transport van melk per pijpleiding van Ameland naar het Friese vasteland? waarschijnlijk niet!
  • en die tussen H.L. Wesseling en het Singer Naaimode Centrum in Alkmaar? nooit geweten, hè?
  • en wat te denken van Wesseling am Rhein, waarvandaan Schiffsrundfährte worden georganiseerd naar de Kölner Altstadt, compleet met Livemusik an Bord und Grofeuerwerk unterwegs? wist u niet, hè?

Maar dit terzijde. Tussen deze vermakelijkheden door tref je al zoekend natuurlijk vooral serieuze verwijzingen aan. En die dragen des te meer bij aan de verbazing.
Wat heeft Henk Wesseling veel geschreven! Wat is hij veel vertaald!
En wat is hij nog allemaal niet van plan!
'De definitieve Wesseling' is het vandaag ten doop gehouden boek zeker niet, want wat lezen we op de website van het NIAS, waarover hij tot vorig jaar als rector de scepter zwaaide? Eerst staat er nog een Engelse vertaling van Europa's koloniale eeuw op stapel, en vervolgens, begin 2004 - ik citeer - 'I shall then return to my other major field of interest, nineteenth-century French history. I have already done some work on an ambitious project on French cultural history of the nineteenth century, focusing on the lives of three generations of artists, philosophers and writers belonging to the Scheffer-Renan-Psichari family. This will keep me busy for some time. In the meantime I shall write a short book with the provisional title 'France at War, 1870-1962'.

'De definitieve Wesseling' zit wellicht nog in de pen, derhalve. Hoe dan Europa's koloniale eeuw bibliografisch te positioneren?
Zoals gezegd, vorig jaar verscheen 'de draagbare Wesseling', en die titel kwam natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen. Die paste in een reeks.
Er was tenslotte al Verdeel en heers. De deling van Afrika, 1880-1914, een boek dat om voor de hand liggende redenen bekend staat als 'de dubbeldikke Wesseling'.
Er was al Vele ideeën over Frankrijk, dat in ieder geval in vinologische kring alom wordt geroemd als 'de drinkbare Wesseling'.
En er was natuurlijk al lang Andere tijden, en dan doel ik niet op het tv-programma, maar op de leermethode voor het middelbaar onderwijs waaraan Henk Wesseling heeft meegewerkt én zijn naam heeft geleend: inderdaad, 'de didactische Wesseling'.

En dan nu Europa's koloniale eeuw?! 'De duurzame Wesseling'? 'De doorwrochte Wesseling'? 'De demythologiserende Wesseling'? Allemaal waar, maar mijns inziens is het nog te vroeg om te kiezen voor een definitief epitheton ornans. Wesselings oeuvre dijt nog immer uit, en de tijd zal moeten leren welke plek Europa's koloniale eeuw daarin krijgt.

Echter, wat vooruitlopend daarop al wel kan worden geconstateerd, is dat dit oeuvre in ieder geval één opvallende omissie vertoont. Wat er niet is en in dit virtuele tijdperk, zeker met het oog op de nu opgroeiende generaties, toch eigenlijk niet meer mag ontbreken, is 'de digitale Wesseling'.

Die is er nog steeds niet, maar gelukkig heb ik goed nieuws. Exact vanaf dit moment is op de website van de Koninklijke Bibliotheek een heus 'dossier-Wesseling' te vinden. Schrik niet, Henk, dat heeft niets te maken met de FIOD, met het NIOD of met het OM, maar alles met je opmerkelijke publicatiedrift. Gezien het vele werk dat je de medewerkers van de KB hebt bezorgd in de afgelopen jaren, leek het me alleszins terecht dat de nationale bibliotheek ter gelegenheid van deze boekpresentatie iets terug zou doen. Het 'dossier-Wesseling' bevat enige toepasselijke teksten (waaronder degene die ik nu uitspreek) en voorts een overzicht van je belangrijkste publicaties en niet te vergeten van enige brieven van je hand, aanwezig in het Letterkundig Museum.

Wel, ik begrijp dat je nu het liefst naar een PC zou snellen, om je eigen digitale dossier in te zien, maar dat zou deze officiële presentatie toch enigszins ontregelen, en daarom overhandig ik je nu alvast maar een 'ouderwetse', want papieren, uitdraai van de beginpagina van het dossier. Moge, naast het oeuvre op papier, ook 'de digitale Wesseling' in de komende jaren nog uitbundig uitdijen!