Dit dossier is bijgewerkt tot 15 maart 2011
In de Nederlandse (jeugd)literatuur, voor televisieprogramma’s, het cabaret en het Nederlandse lied, op veel manieren heeft Willem Wilmink zijn talenten gebruikt. Deze veelzijdige taalvirtuoos leeft onder meer voort door het Enschedese Willem Wilmink Festival, dat een tweejaarlijkse prijs naar hem heeft vernoemd voor het beste kinderlied. In 2010 ontving Ted van Lieshout de eerste Willem Wilminkprijs.
Van Enschede naar Amsterdam
Willem Wilmink werd in 1936 in Enschede geboren en maakte als kind de oorlog mee. In zijn werk zijn veel indrukken uit die periode en de liefde voor zijn geboortegrond terug te vinden.
In Amsterdam, waar hij Nederlands studeerde en doceerde aan de Universiteit, voelde hij zich een migrant. Alleen in de Jordaan was hij thuis; daar leek het op Enschede. Aan het eind van zijn leven woonde hij weer in zijn geboortestad, in zijn oude straat, de Javastraat. De stad waarover hij in het gedicht ‘Textielstad’ schreef:
Het is het eindpunt van de trein,
bijna geen mens hoeft er te zijn,
bijna geen hond gaat zover mee:
Enschede.
Alle tekst is kunst
Wilmink promoveerde op de poëzie van Hendrik de Vries. Diens werk fascineerde hem om de geheimzinnige gedichten geschreven vanuit het perspectief van een kind.
Hij weigerde onderscheid te maken tussen literatuur en lectuur, banaal en verheven. Hij hield ook niet van het verschil tussen poëzie en liedjes; voor hem waren die gelijkwaardig. Zijn definitie van literatuur was eenvoudig: “Als Eddy Christiani zingt ‘Mijn achterband is wel wat zacht, maar dat geeft niet lieve pop, spring maar achterop, spring maar achterop’, dan heeft hij geen fiets bij zich en daarom is het literatuur.” Collega's aan de universiteit vonden zijn aanpak onwetenschappelijk, maar daar trok Wilmink zich niets van aan. Hij had een hekel aan elitaire kunst en behandelde ook volksliederen, kinderliedjes en smartlappen. Muziek was belangrijk voor hem; Wilmink speelde zelf accordeon en trad op met groepen als Jakkes en Quasimodo. Harry Bannink maakte veel van de arrangementen bij zijn teksten.
Kindertijd
Heel zijn werk ademt het belang van de kindertijd als basis voor het verdere leven, ‘bewondering voor de kinderziel’ noemde hij het zelf. “Men kan zijn kindertijd herdenken uit weemoed om het verloren geluk, maar ook omdat men op zoek is naar een verloren gegane waarheid.” Die uitspraak van Wilmink is opgenomen in het voorwoord van de bundel Het kind is vader van de man. De titel is ontleend aan de negentiende-eeuwse dichter Wordsworth en spreekt voor zich. Puttend uit herinneringen vonden melancholie, vriendschap, liefde, mededogen en troost hun plaats in zijn teksten, op lichte toon, helder en direct. Voor iedereen te begrijpen en aan te voelen. Wilmink zei in een interview in 1995: “De vorm moet perfect zijn, maar terloops, de overhand mag hij niet nemen. Zodra je een gedicht ‘knap’ gaat noemen is er iets mis - dan heeft het je niet kunnen beroeren.”
Annie Schmidt meende dat ze ‘altijd acht gebleven’ was. Wilmink schatte zijn emotionele leeftijd op elf jaar. Hij bezingt vaak een voorbije tijd, maar met gevoelens die van alle tijden zijn. Het is nooit abstract; de situaties zijn persoonlijk en herkenbaar.
Televisieprogramma's voor kinderen
Veel mensen kennen zijn werk van de televisie. Wilmink vormde met Fetze Pijlman, Hans Dorrestijn, Karel Eykman, Jan Riem en Ries Moonen het Schrijverscollectief. Ze maakten onder andere teksten voor de Stratemaker-op-zee-show, J.J. de Bom en Het Klokhuis. Dat was voor behoudende volwassenen nieuw en schokkend met teksten ontleend aan de alledaagse kinderwereld als: ‘Rotmeid, pis in je broek’ en ‘ik poep een drol in je speelgoedservies’.
Het vaak geromantiseerde kinderleven werd bij hem veel realistischer en dat werd hem niet altijd in dank afgenomen. Uit veel van zijn werk blijkt begrip voor onderdrukte, gepeste en onbegrepen kinderen, bijvoorbeeld in ‘Die mooie kindertijd’:
Ze schrijven in de boeken:
de kindertijd is fijn,
maar voor jou zijn er wel dagen
dat je liever dood zou zijn.
Toch wordt de ernst van zijn onderwerpen nooit te zwaar, want zijn humor relativeerde alles.
Liedjes
Wilmink was een tovenaar met taal. Van veel beroemde liedjes weten de luisteraars vaak niet dat Willem Wilmink de tekst schreef. “Den Haag, Den Haag, de weduwe van Indië ben jij” (‘Arm Den Haag’ gezongen door Wieteke van Dort); “De dwaze moeders van het plein, wier kinderen verduisterd zijn” (‘Signalen’ gezongen door Herman van Veen); “Ach, zou die school er nog wel zijn, kastanjebomen op het plein” (‘De oude school’ gezongen door Don Quishocking); “Ik weet waar een café is, biljart en een tv is” (‘Adieu café’ gezongen door Herman van Veen) en vele andere geliefde liederen.
In 2001 verscheen een selectie van zijn liedjes op cd: ‘Willem Wilmink, zijn mooiste liedjes’, waarop behalve bovengenoemde zangers Jenny Arean, Joost Prinsen, Adèle Bloemendaal, Joke Bruijs, Simone Kleinsma, Frank Groothof, Willem Nijholt, Carry Tefsen, Gerard Cox, Lenny Kuhr, Gerda Havertong en Wilmink zelf zijn teksten zingen.
Veelzijdig
Wilminks oeuvre is groot en breed. Hij schreef gedichten en verhalen voor volwassenen en voor kinderen, teksten voor cabaret en televisie en een driedelige cursus over het schrijven van gedichten. Hij vertaalde gedichten en prentenboeken uit het Duits, Engels, Frans en Zuid-Afrikaans. Hoeveel gedichten en liedjes hij heeft geschreven is te zien in de bloemlezing Verzamelde liedjes en gedichten van vroeger waarvan de 5de druk uit 1999 maar liefst 707 pagina’s telt. Hij maakte zich sterk voor een beter begrip van teksten in zijn streektaal, maar ook voor dat van oude teksten. Zo hertaalde hij Middelnederlandse teksten als ‘De reis van Sint Brandaan’, ‘De burggravin van Vergi’ en ‘Mariken van Nieumeghen’, verschillende liederen en gedichten uit middeleeuws Europa en verklaarde hij het ‘Wilhelmus’ Op de KB-website is zijn hertaling van de ‘Beatrijs’ te lezen.
Veel bekroond
Wilmink ontving veel prijzen voor zijn werk, waarvan de meeste wat minder bekend zijn bij het grote publiek. Zo kreeg hij voor zijn werken voor kinderen een Zilveren en een Gouden Griffel en de Theo Thijssenprijs. Voor zijn werk voor volwassenen ontving Wilmink de Hendrik de Vriesprijs. Minder bekend zijn de Johanna van Burenprijs voor het bevorderen van het gebruik van het Neder-Saksisch en de Johnny van Doornprijs voor de gesproken letteren.
De dood
In het gedicht ‘Een probleem’ vraagt een kind wat er gebeurt als iemand dood is. De dichter laat een oude man antwoorden:
'Maar als ik dood ben
is 't eerste wat ik doe:
Honderd jaar slapen.
Want ik ben moe.'
In 2003 verscheen de bundel: Je moet je op het ergste voorbereiden, een keuze uit eigen werk van gedichten over de dood. Op 2 augustus 2003 overleed Willem Wilmink op 66-jarige leeftijd. Vijf jaar later verscheen zijn autobiografie: Hier komt Prins Zonneschijn. We mogen de titel ironisch opvatten.
Literatuur
- Gedichten en liedjes voor kinderen
- Schriftelijke cursussen dichten
- Verhalen voor kinderen
- Stripverhalen
- Vertalingen van (prenten)boeken
- Gedichten en liedjes voor volwassenen
- Oude Nederlandse teksten ingeleid, verklaard en vertaald
- Over Nederlandse literatuur
- Bloemlezingen en verzamelingen
- Bibliofiele uitgaven
- Titels over Willem Wilmink