De verhalen over koning Arthur en zijn Tafelronde vormen in de middeleeuwen een zeer geliefd genre. Dapperheid, trouw, ridderlijke moed en liefde voor schone jonkvrouwen zijn de smaakmakende bestanddelen binnen grote thema's als het leven van Lancelot, de queeste naar de mysterieuze Graal en de ondergang van het Rijk van koning Arthur.

De belangrijkste Middelnederlandse versie is de zogenaamde Haagse Lancelotcompilatie. De Roman van Lancelot zoals dit handschrift ook wel wordt genoemd, telt maar liefst 87.000 versregels, geschreven op 475 bladzijden. Toch is dit nog niet de meest complete versie. De Middelnederlandse tekst is namelijk een deel van een kunstige bewerking op rijm van een dertiende-eeuwse Franse trilogie in proza. Het eerste deel over Lancelot mist in het Haagse handschrift het begin over zijn jeugd. De drie Franse delen, Lancelot du Lac, La Queste del Saint Graal en La Mort le Roi Artu, heeft de bewerker in zijn Middelnederlandse tekst omgebouwd tot een compilatie waarin hij nog zeven andere ridderromans heeft opgenomen. De compilator heeft de verschillende verhalen op een vernuftige manier met elkaar verweven via een techniek die entrelacement wordt genoemd. Dit procédé is een welbewust structureringsprincipe, toegepast om de gelijktijdigheid van de gebeurtenissen in deze ‘kroniek’ uit te laten komen. Nu eens komen de belevenissen van ridder Lancelot naar voren, dan weer die van een ander personage. Alle verhaaldraden komen uiteindelijk weer samen in het vertrekpunt, het kasteel van Arthur.

Het vierde boek verhaalt de dood van koning Arthur. Van dit relaas is de enige Middelnederlandse versie overgeleverd in de Lancelotcompilatie. De hier afgebeelde bladzijde bevat de regels 1-172 van de proloog tot dit boek. De grote initiaal M in rood en blauw geeft aan dat we te maken hebben met het begin van een nieuw ‘boek’.

Het handschrift is vanuit de stadhouderlijke collectie in het bezit gekomen van de Koninklijke Bibliotheek. Het ligt voor de hand om aan te nemen dat het reeds in de vijftiende eeuw deel uitmaakte van de bibliotheek van Johan IV, graaf van Nassau. De eerste eigenaar van de codex was Lodewijk van Velthem zoals op fol. 238 recto te lezen is: ‘Hier indet boec van lancelote dat heren lodewijcs es van velthem’.

Literatuur

  • Roman van Lancelot, (XIIIe eeuw) naar het (eenig-bekende) handschrift der Koninklijke Bibliotheek (ed. W.J.A. Jonckbloet). Dl. 2. Den Haag 1849 
  • Bart Besamusca. Repertorium van de Middelnederlandse Arturepiek. Utrecht 1985 
  • Lanceloet. De Middelnederlandse vertaling van de Lancelot en prose overgeleverd in de Lancelotcompilatie. Dl. 2-3. Assen, Maastricht 1991-1992  
  • The Seventeenth-Century Orange-Nassau Library. Utrecht 1993, nr. 2868.