De legende van de non Beatrijs geldt als één van de meesterwerken van de Middelnederlandse letterkunde. Het verhaal zit verscholen in een verzamelbundel met stichtelijk-didactische teksten, waaronder De Dietsche Doctrinael en Jacob van Maerlants Heimelicheit der Heimelicheden. De kostbare uitvoering van het handschrift, de goede kwaliteit van het perkament, het fraaie schrift en de verluchting - vrij ongewoon voor Middelnederlandse handschriften - doen vermoeden dat het bestemd was voor een vooraanstaande leek of als intredegeschenk voor een aanstaande non.

De legende van de non Beatrijs, die kosteres van haar klooster is, verhaalt hoe deze, overmand door ‘minne’, zich uit het klooster laat ontvoeren door een jongeling, die zij nog uit haar jeugd kent. Ze beleven samen zeven gelukkige jaren, krijgen twee kinderen, maar als het geld op raakt, laat de jongeman haar in de steek. Beatrijs moet nu als 'ghemeen wijf' in haar eigen onderhoud en dat van haar kinderen voorzien. Zeven jaar lang houdt ze dit leven vol, dagelijks biddend tot Maria en de Mariagetijden opzeggend. Dan wordt ze door berouw overmand en keert ze al bedelend met haar kinderen terug naar de streek van haar vroegere klooster. Daar hoort ze dat de kosteres nog steeds in het klooster is en in drie achtereenvolgende visioenen wordt ze aangespoord haar vroegere taak weer te hervatten: Maria heeft al die jaren haar plaats ingenomen.

De Beatrijslegende is waarschijnlijk aan het begin van de dertiende eeuw ontstaan en in talloze Westeuropese talen overgeleverd. Juist echter een vergelijking met de andere lezingen van het verhaal toont het meesterschap van de Middelnederlandse versie en de genialiteit van haar schepper. De literaire waarde is gelegen in de harmonische opbouw, de uitgelezen woordkeus, de levendige dialoog en de indringende natuurbeschrijvingen. Bovendien onderscheidt het zich door de menselijkheid van de schildering en het grote psychologische inzicht van de dichter. De Middelnederlandse versie is waarschijnlijk aan het eind van de dertiende eeuw ontstaan. Het handschrift in de Koninklijke Bibliotheek, dat als enige deze tekst overlevert, is een later afschrift uit circa 1374.

Literatuur

  • J. Deschamps. Middelnederlandse handschriften uit Europese en Amerikaanse bibliotheken. Leiden 1972, nr. 20
  • De verluchte handschriften en incunabelen van de Koninklijke Bibliotheek. 's-Gravenhage 1985, nr. 365 
  • Beatrijs: geschreven in de 2e helft van de 13e eeuw door een onbekend dichter. Zellik 1986     
  • A.M. Duinhoven. De geschiedenis van Beatrijs. 2 dln. Utrecht 1989.