Het derde kwart van de vijftiende eeuw geldt als een van de bloeiperiodes van het handgeschreven boek in de Zuidelijke Nederlanden. Hertog Philips de Goede van Bourgondië speelde hierbij een vooraanstaande rol door talloze opdrachten te geven voor het vervaardigen van handschriften voor zijn bibliotheek. Deze werden voor het merendeel luxueus uitgevoerd en prachtig geïllumineerd door kunstenaars die uit alle delen van het rijk werden aangetrokken. Onder de vele uiterst fraaie handschriften die toen zijn ontstaan, neemt het persoonlijke getijdenboek van Philips de Goede een bijzondere plaats in. Het werd gekopieerd door de kopiist, kalligraaf en vertaler Jean Miélot, in die tijd 'secrétaire aux honneurs' van de hertog. Passend bij zijn hoge bestemmeling zijn niet alleen het grote formaat en de flinke omvang, maar tevens de ongewone teksten die het handschrift bevat, zoals de Getijden van de dagen van de week met de bijbehorende missen. De 165 miniaturen die het boek opluisteren werden voor een groot deel uitgevoerd door Jean de Tavernier, een boekverluchter uit Oudenaarde, die zich vooral op de grisailletechniek had toegelegd, een schilderwijze die zich slechts bedient van witte en grijze tinten. De hier afgebeelde miniatuur van de Aanbidding der koningen is een goed voorbeeld van de subtiele sfeer die hiermee in de voorstelling kan worden opgeroepen. De rijk uitgedoste koningen, die zoals gebruikelijk de drie leeftijden van de mens personifiëren, naderen van links met hun gaven. Aan de rechterzijde zit Maria met het Christuskind op haar schoot voor een hemelbed met opgeknoopte gordijnen, dat kennelijk voor de gelegenheid van wat houten balkjes in elkaar is gezet. Op de achtergrond zijn Jozef en de os zichtbaar. Dat het handschrift inderdaad bestemd was voor Philips de Goede blijkt uit het voorkomen van zijn devies 'Aultre naray' op sommige plaatsen en uit het feit dat hij in verschillende miniaturen zelf biddend wordt weergegeven.

Het handschrift kwam in 1832 in het bezit van de Koninklijke Bibliotheek als onderdeel van de collectie van de Belgische historicus G.J. Gérard. Deze was lange tijd beheerder van de Bourgondische bibliotheek en het vermoeden bestaat dat hij in die periode een aantal handschriften, waaronder dit getijdenboek, een plaatsje in zijn eigen bibliotheek heeft gegeven.

Literatuur

  • Schatten van de Koninklijke Bibliotheek. 's-Gravenhage 1980, nr. 45 
  • De verluchte handschriften en incunabelen van de Koninklijke Bibliotheek. 's-Gravenhage 1985, nr. 411
  • G. Dogaer. Flemish miniature painting in the 15th and 16th centuries. Amsterdam 1987, p. 71, 76, 159.