Terwijl aan het einde van de vijftiende eeuw elders in Europa het handschrift geleidelijk door het gedrukte boek werd verdrongen, beleefde in de steden Gent en Brugge het met de hand geschreven en rijk verluchte getijdenboek nog een laatste grote bloei. Kenmerkend voor de daar geproduceerde handschriften zijn randen waarin losse takken en bloemen als het ware op de gekleurde ondergrond zijn gestrooid, waarbij door het aanbrengen van schaduw het illusionistische effect wordt verhoogd. Tussen de ranken worden veelvuldig vogels, vlinders, insekten en aardbeien en soms zelfs hele anekdotische scènes ingevoegd. Binnen de handschriften met deze zogenaamde Gent-Brugse strooiranden neemt een groepje van ongeveer 15 getijdenboeken dat in Brugge moet zijn ontstaan een aparte plaats in. Daarin zijn verschillende elementen uit de strooiranden, bloemen, vogels, maar ook drôlerie-achtige figuurtjes, los op het blanke perkament geplaatst zonder de gebruikelijke gekleurde achtergrond en wel zo dat wanneer het boek is opengeslagen steeds vier voorwerpen te zien zijn. In het Haagse getijdenboek, dat deel uitmaakt van dit groepje, vinden we in de marges verschillende soorten rozen, akeleien, viooltjes, korenbloemen, anjers, lelies, distels, aardbeien, verschillende soorten vogels, insekten en een marterachtig diertje, die steeds door de schaduw die ze op het perkament werpen een bedrieglijk echte indruk maken. Op de hier afgebeelde bladzijden bevinden zich een rozeknop, een doedelzakspelend mannetje, een op de grond pikkende pauw met lange staart en een vlinder. Door de fraaie symmetrische mise-en-page en de verfijnde manier van schilderen maken de bladzijden een heel bijzondere indruk.

Het handschrift werd in 1909 aangekocht als onderdeel van de privé-verzameling van de boekhandelaar A.W.M. Mensing en ontleent zijn waarde tevens aan de bijzondere band. Deze werd, blijkens het randschrift van het paneelstempel, vervaardigd door Ludovicus Blok, een binder die tussen 1484 en 1529 in Brugge werkzaam was. Behalve met het paneelstempel is de band versierd met kleine sierstukken van goud en gekleurd emaille.

Literatuur

  • Schatten van de Koninklijke Bibliotheek. 's-Gravenhage 1980, nr. 52
  • De verluchte handschriften en incunabelen van de Koninklijke Bibliotheek. 's-Gravenhage 1985, nr. 431
  • D. Thoss. Flämische Buchmalerei. Handschriftenschätze aus dem Burgunderreich. Graz 1987, p. 118 
  • Das Blumen-Stundenbuch (ed. B. Brinkmann und E. König). Luzern 1991, p. 89-92, 313-316.