In 1562 richtte Philips II te Douai in het Franssprekende gedeelte van zijn rijk een universiteit op, in een poging de trek van de katholieke studenten naar het in godsdienstig opzicht gevaarlijke Frankrijk af te remmen. Hoewel deze universiteit zich een grote populariteit verwierf, reisden de studenten daarna toch door naar met name Parijs en Orléans. Of dit ook geldt voor Cornelius van Berchem is niet bekend. Dat hij in Douai heeft gestudeerd blijkt echter zonneklaar door het naar het leven geschilderde portret dat van hem in 1575 werd vervaardigd. Hij was toen 21 jaar en had, te oordelen naar het litteken onder zijn rechteroog, zich de kunst van het duelleren inmiddels niet zonder schade eigen gemaakt. Het portret is aangebracht in een album amicorum dat wat uit de toon valt bij het traditionele album uit die periode. Het is namelijk niet van een student, die zijn inscripties bijeensprokkelde op een academische rondreis langs de vermaarde Europese universiteiten, maar van een docent in de rechten te Douai, die de herinnering aan een aantal van zijn leerlingen levend wilde houden door hun portretten en inscripties te verzamelen. Dat adellijke studenten op eigen kosten door bekwame schilders naast hun bijdragen hun familiewapens lieten aanbrengen, is een wijd verspreid gebruik, maar merkwaardigerwijze is de gewoonte om zichzelf te laten portretteren waarschijnlijk beperkt tot Douai. Tot op heden zijn er vier alba bekend waarin te Douai geschilderde portretten voorkomen. Maar liefst drie hiervan bevinden zich in de collectie van de Koninklijke Bibliotheek waaronder het allerfraaiste, dat van de Gelderse edelman Jacob van Bronckhorst van Batenburg (1553-1582), dat nog steeds gestoken is in een rijk bewerkte vrijwel zeker te Douai vervaardigde band. Dat kan van het album van Franck helaas niet gezegd worden. Sterker nog, het is thans niet meer compleet. Toen het in 1982 voor het eerst op de markt kwam, telde het nog 39 geschilderde portretten. Het viel echter in handen van een Italiaanse antiquaar die de schilderingen per stuk heeft proberen te verkopen. Toen het in 1993 door de Koninklijke Bibliotheek kon worden verworven, telde het nog maar 24 portretten. Desalniettemin blijft het een waardevol bezit, ook al omdat de archieven van de universiteit van Douai grotendeels verloren zijn gegaan en dit soort alba interessante gegevens oplevert over het aantal en de herkomst van de studenten uit de vroege periode van deze onderwijsinstelling.
Literatuur
- Miniatura gotico rinascimentale. Torino 1984, nr. 28-31
- Alba amicorum. Vijf eeuwen vriendschap op papier gezet. Maarssen, 's-Gravenhage 1990, nr. 7.