In 1577 begon op de leeftijd van 63 jaar de Scheveninger Adriaen Coenensz aan zijn Vis booc. In drie jaar tijd verzamelde hij daarin allerlei wetenswaardigheden over de zee, de kusten en kustwateren, de visgronden en de zeedieren. Hij schreef er met grote kennis van zaken 410 folia mee vol. Zijn gehele leven had hij aan de zee zijn brood verdiend: als visser, als strandvonder van het graafschap Holland en sedert 1574 als officiële visafslager te Scheveningen.

Coenensz maakte van bijna elke bladzijde een apart kunstwerkje door met waterverf randen, kaders en lijsten te schilderen waarbinnen hij illustraties bij zijn teksten tekende. Hij moet zelf het bijzondere van zijn boek hebben ingezien. Er is namelijk in de gerechtsdagboeken van Leiden uit het jaar 1583 een aantekening gevonden waaruit blijkt dat Coenensz toestemming vroeg zijn boek en zijn verzameling gedroogde vissen op 'de anstaende vrye jaermarckt en feest van de verlossinge [3 oktober] te mogen laeten zien, genietende van elc persoon een doyt en tbouc begeren te zien een oortgen'. Zijn gedroogde vis kon je dus voor een stuiver bewonderen, om het boek in te zien moest je een kwartje neertellen. Coenensz maakte zijn wetenschap te gelde. Op de achterzijde van folium 11 maakt hij zelfs reclame:

Diet leest of besiet
Macht seggen een Ander voort
dat hi hier ziet ende hoort.

Een van de wonderen der zee die de Leidenaren in het visboek konden aanschouwen was 'Het warachtich Conterfeytsel ende afmetinghe van desen walvisch die ghevanghen es gheweest den ij Julij Anno m.d.lxxvij', over twee bladzijden in waterverf weergegeven. Coenensz heeft deze vis nagetekend van een gravure die in hetzelfde jaar (1577) verschenen was. Tekening en onderschrift documenteren een gebeurtenis die ook nog in onze dagen het journaal haalt: de stranding van een walvis. De hier afgebeelde tandwalvis kwam terecht in ondiep water, de Schelde bij Doel boven Antwerpen, en trok zeer veel bekijks. Uitgaande van dit handschrift vervaardigde Coenensz enkele jaren later een tweede boek, het walvishandschrift, dat zich nu in Antwerpen bevindt, en een derde, ook met tekeningen van walvissen, dat nu deel uitmaakt van een Keulse collectie.