Ieder die de vaardigheid van het schrijven goed beheerste, kon ten minste zeker zijn van een bescheiden broodwinning. Dat was althans de mening van Christiaan Huygens. Om deze reden nam in de opvoeding van Constantijn Huygens de schrijfkunst een belangrijke plaats in. Huygens leerde de kalligrafie van zijn vader, anderen konden zich de schrijfkunst eigen maken op de Latijnse en vooral de Franse school. Onder leiding van een 'Walsche' of 'Francoysche' meester volgde men de vakken die men nodig had voor de handel: Frans, lezen, spreken, rekenen en schrijven. Bij dit laatste vak ging het niet alleen om de techniek; ook werd aandacht geschonken aan de keuze van het juiste schrift en de vereiste stijl. Niet zelden ontwikkelde de schrijfmeester zich tot een ware meester met de pen. In de eerste helft van de zeventiende eeuw waren er in ons land niet minder dan vijftien schrijfmeesters van uitzonderlijke begaafdheid werkzaam. Hiervan verwierven zich Felix van Sambix, Salomon Henrix en Jan van den Velde nationale roem: op kerstavond 1589 werden zij in Rotterdam respectievelijk eerste, tweede en derde in de wedstrijd tussen schrijfmeesters om de Prix de la Plume Couronnée.

Vooral Jan van den Velde (1568 - 1623) is door zijn in vele talen gedrukte Spieghel der schrijfkonste (Rotterdam, 1605) onbetwist de belangrijkste schrijfmeester uit onze geschiedenis geweest. Zijn tekenbladen zijn veelvuldig nagevolgd. Veel faam verwierf hij door zijn theoretische verhandeling opgenomen in het derde deel van zijn Spieghel dat de titel draagt Fondementboeck, waerinne de rechte maniere, om alderhande gheschriften grondich te leeren schryven, duydelyck verklaert, ende door verdeelinghe der figueren ende letteren konstelyck aenghewesen ende gheleert wordt.

Het hier afgebeelde blad is een voorbeeld van een tekst in het Nederlands, geschreven in een Nederlandse letter, de zogenaamde ‘staande hand’ uit de rubriek kleine handen. De eerste regel is een voorbeeld van de ‘bastaard’, een van de drie grote Nederlandse handen. Het blad maakt deel uit van een verzameling opgeplakte bladen waaronder enkele gedateerd zijn 1598.

De kern van de verzameling kalligrafie van de Koninklijke Bibliotheek werd in 1828 gelegd door Charles Sulpice Flament, de eerste bibliothecaris, door aankoop van een twintigtal 'Kunst-Geschriften van voorname Meesters' uit de veiling van de bekende negentiende-eeuwse collectioneur Jacobus Koning.

Literatuur

  • C.A. Davids. Zeewezen en wetenschap. De wetenschap en de ontwikkeling van de navigatietechniek in Nederland tussen 1585 en 1815. Amsterdam 1986
  • G.G. Schilder. Monumenta Cartographica Neerlandica. Dl. 1. Alphen aan den Rijn 1986, p. 22-24.