In zijn Van 't light der teken en schilder konst (Amsterdam, 1665) schrijft de vermaarde graveur Crispyn van de Passe de Jonge dat hij te Utrecht met 'den wel Eedlen Jonckheer van der Burg in een vermaarde Teekenschool' is geweest. Anders dan Van de Passe is Van der Borch als grafisch kunstenaar onbekend gebleven. Het hiernaast afgebeelde tafereel, vermoedelijk door Van der Borch zelf vervaardigd, laat zien dat een zeker talent hem niet ontzegd kan worden. Schietbaan, landschap en kostuums zijn trefzeker neergezet. De gezichtsuitdrukking van de kleine Cupido maakt echter duidelijk dat het aanwezige talent beperkt is. Dat geldt ook voor zijn poëtische aanleg. Het gedichtje 'Minne Schichten' is niet meer dan een rijmpje op het begrip 'liefdespijl'. In vroeg-zeventiende-eeuwse hand staat er:
De pijlen die de vrijsters schieten
doen de minnaers vreucht genieten
en het aldersoetste soet,
dat een vrijers pijl soo queste
in een vrijsters teer gemoet
Een vrijster gaf haer gans ten beste
De afbeelding laat zien hoe een vrijster, gekleed volgens de laatste mode van rond 1600, les krijgt in boogschieten van een meer frivool geklede Venus, daarin bijgestaan door Cupido. Versje en aquarel vormen een aantrekkelijk geheel. Een dergelijke combinatie is kenmerkend voor de liedboeken en emblematabundels die in de eerste decennia van de zeventiende eeuw furore maakten onder de 'jeunesse dorée', de zang- en vrijlustige nakomelingen van de rijk geworden burgerij.
Het liedboek van Van der Borch heeft een wat gespleten karakter. De grote hoeveelheid geschilderde wapens geeft het de allure van een wapenboek, terwijl op twee bladzijden kenmerkende specimina van albuminscripties zijn te vinden. Een (Douai, 1599) is mogelijk afkomstig uit een vroeger album amicorum van Van der Borch en werd door hem in het liedboek geplakt, de ander (18 oktober 1615) werd er rechtstreeks in geschreven. De bundel werd vervolgens gevuld met wapens van adellijke, vooral Utrechtse geslachten. Het lijkt erop alsof dat is gebeurd door een lid van een latere generatie dat onder het genoemde gedichtje 'Minne Schichten' zelf ook een versje neerschreef, ondertekend 'HVBorch'. Overigens komen mengvormen van liedboek en album amicorum in de zestiende en zeventiende eeuw met enige regelmaat voor.
Literatuur
- C. Kramm, 'Joncker Henric van der Borch', in: De Navorscher 22 (1872), p. 353-354
- Alba amicorum. Vijf eeuwen vriendschap op papier gezet. Maarssen, 's-Gravenhage 1990, nr. 32.