Zoals de naam "album amicorum" al aangeeft, krijgt men uit dit soort boekjes een indruk van de vrienden en relaties van de eigenaar. De wijze waarop aan deze gevoelens van vriendschap gestalte wordt gegeven is streng geformaliseerd. Ook het in de alba aanwezige beeldmateriaal is in wezen zeer formeel: wapenschilderingen, kostuumafbeeldingen en emblematische voorstellingen overheersen. Heel bijzonder is daarom deze anonieme schildering in het album van de Utrechtenaar Johannes van Amstel van Mijnden, die zich op 6 september 1600 op 22-jarige leeftijd als student rechten aan de universiteit van Leiden liet inschrijven. Hij ging een koude, maar vrolijkez winter tegemoet, zoals het plaatje aangeeft: 'Beste kijker, deze tekening toont u de Hollandse universiteit en laat zien hoe de studentenschare zich uitslooft, wanneer de winterse noordwester het onmogelijk maakt om het Dietse water met het schip van de Dionaeische godin te doorklieven', zo vermeldt het bijschrift. Het beeld is van alle tijden, maar de weinig praktische kledij van de dames zal men thans op de vaarten niet meer tegenkomen.

Wat de anonieme tekenaar niet heeft kunnen bevroeden, is dat zijn schilderstukje heden een belangrijke documentaire meerwaarde heeft. Rechts naast de poort van de academie bevond zich de winkel van de officiƫle academiedrukker, in die tijd Lodewijk Elsevier. Dit plaatje is tot op heden de enige bekende afbeelding van zijn nering.

De oprichting van de Leidse universiteit is onlosmakelijk verbonden met de strijd tegen de Spaanse overheersing. Van de mogelijkheid om 'theologisch verantwoord' onderwijs te genieten, werd niet alleen door Nederlanders, maar ook door buitenlandse studenten al gauw massaal gebruik gemaakt. Binnen de Leidse universitaire gemeenschap wist het - van origine uit Duitsland stammende - album amicorum zich al snel een enorme populariteit te verwerven. Alleen al uit de periode 1590-1610 zijn nog minstens 140 alba bewaard gebleven. Hierbinnen neemt dat van Van Mijnden een vrij unieke positie in. De zeldzame combinatie van Noord- en Zuidnederlandse inscribenten in zijn album bewijst namelijk eens te meer dat Noordnederlanders zich ook na de scheiding der Zeventien Provinciƫn langere tijd in het zuiden ophielden. Naast Leiden en Utrecht zijn vooral Mechelen en Leuven als plaats van inschrijving in het album vertegenwoordigd.

Literatuur

  • F.A. van Rappard, 'Overzigt eener verzameling van alba amicorum uit de XVIde en XVIIde eeuw', in: Werken van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde. Nieuwe Reeks 7 (1856), nr. X
  • IAlba amicorum. Vijf eeuwen vriendschap op papier gezet. Maarssen, 's-Gravenhage 1990, nr. 34, afb. op p. 71.