"Wat is de mens in z'n eentje, daar kan je niet mee te schaken, dus als ik geen gezelschap vind, dan moet ik het schaken staken", zo meldt ons de door de Haarlemse kunstenaar Jan de Bray (1627-1697) afgebeelde jongeman. Getuige de guitige trek om zijn mond gaat hij echter niet te zwaar onder dit euvel gebukt. Deze afbeelding is een van de vele in het rijkste zeventiende-eeuwse album dat is overgeleverd, namelijk dat van Jacobus Heyblocq. Hoewel hij zijn album in het laatste jaar van zijn studie theologie in Leiden aanlegde, is het allerminst een studentenalbum geworden. In het openingsgedicht verklaart hij uit te zijn op inscripties van de beroemdheden van zijn tijd. Hij probeert hen gunstig te stemmen met de overweging dat als zij er niet meer zullen zijn, hun bijdragen in zijn boekje hen in ieder geval bij het nageslacht levend zullen houden. Achteraf gezien was dit openingsgedicht wat overbodig. Heyblocq knoopte in de loop der jaren met zoveel beroemde tijdgenoten vriendschappelijke betrekkingen aan, dat er maar weinig sporen van autografenjagerij in het album zijn te vinden. In geen enkel ander Nederlands album is zo'n indrukwekkende stoet van letterkundigen, beeldend kunstenaars en geleerden aanwezig. Onder de bijdragen van dichters en toneelschrijvers als Cats, Huygens, Dullaert, Asselijn, Anslo, Vos, Focquenbroch, Westerbaen en Revius, neemt de uiterst zeldzame van Joost van den Vondel een bijzondere plaats in. Hij speelt met Heyblocqs naam en refereert aan de drassige ondergrond waarop Amsterdam gebouwd is:
'IAKOB, pryst ghy eeuwigh werck,
Bouw geen huis, veel min een kerck
Op den veengront van elcks zin:
Want die gronden zacken in;
Schoon men hout noch HEIBLOCK spaer.
Veengront dreight u met gevaer [...]'
Spectaculairder nog dan de talrijke gedichten in het album zijn de bijdragen van de beeldend kunstenaars. Zoals bijvoorbeeld de penseeltekening van Aert van der Neer waarop de bewoners van de Geldersekade te Amsterdam zich overgeven aan winterse vermaken als schaatsen en kolven, en natuurlijk de tekening van Rembrandt van Rijn, waarop in enige snelle penseelstreken het moment wordt weergegeven waarop de oude Simeon in de tempel van Jeruzalem het kind Jezus in zijn armen neemt.
Literatuur
- H.W. Unger, 'Vondel's handschriften', in: Oud-Holland 2 (1884), p. 26-32
- C.W. de Kruyter, 'Jacobus Heyblocq's album amicorum in the Koninklijke Bibliotheek at The Hague', in: Quaerendo 6 (1976), p. 111-153, afb. op p. 126
- Alba amicorum. Vijf eeuwen vriendschap op papier gezet. Maarssen, 's-Gravenhage 1990, nr. 57, afb. op p. 85.