In 1770 verscheen het eerste deel van een van de topstukken in het genre vogelboek. De gekleurde platen werden verzorgd door Christiaan Sepp, tekenaar, graveur en cartograaf in Amsterdam, die zich tevens bezighield met biologische studies. De teksten werden geleverd door Cornelis Nozeman, remonstrants predikant en geïnteresseerd in de natuurwetenschappen en biologie. Het boek werd uitgegeven door Sepps zoon Jan Christiaan, die van beroep boekverkoper was, maar evenals zijn vader de graveerkunst en de biologische wetenschap beheerste. Het boek bevat vijftig grote gravures (27,5 x 42 cm) die steeds, zoveel mogelijk levensgroot, één vogel afbeelden, vaak met nest en eieren, alles op bijzonder fraaie en overtuigende wijze ingekleurd. Vooraf gaat een gegraveerd en ingekleurd titelblad van 34,5 bij 50 cm; iedere vogel krijgt een paar bladzijden verklarende tekst. Het was de bedoeling om in vijf delen 250 inheemse vogelsoorten te behandelen. Men had afgezien van het plan om dat per vogelfamilie te doen, want dan zou uitgave moeten wachten tot alle families compleet waren. 'Waerom zou men verdrietig wachten? Voorttegaen met anderen uittegeeven is dan veel aengenamer'. Toch lag er nog heel wat verdrietig wachten in het verschiet, want het zou bijna zestig jaar duren voor het vijfde en laatste deel verscheen. In 1775 overleed Christiaan Sepp; zijn rol werd overgenomen door zijn zoon Jan Christiaan. Nozeman overleed in 1786. Een groot deel van de beschrijvingen voor deel twee (verschenen in 1789) had hij toen al klaar. De rest werd verzorgd door Martinus Houttuyn, die ook de teksten voor deel drie verzorgde (gepubliceerd in 1797). Na het overlijden van Houttuyn in 1798, duurde het tot 1809 voor het vierde deel verscheen, zonder de naam van de tekstschrijver. De onderneming werd in 1829 tot een einde gebracht door Jan Sepp, de zoon van de in 1811 overleden Jan Christiaan. Minder kunstzinnig en minder geleerd dan zijn vader en grootvader, steunde hij op anderen: een groot aandeel werd geleverd door Coenraad Jacob Temminck (1778-1858), die een befaamd kabinet van natuurhistorische curiosa bezat. De prijs voor een complete set van het boek bedroeg 525 gulden, wat neerkomt op ruim twee gulden per vogel. Het moet lange tijd het duurste in Nederland gepubliceerde boek zijn geweest. Maar de koper kreeg wèl waar voor zijn geld.

Literatuur

  • C. Nissen. Die illustrierten Vogelbücher. Stuttgart 1953, p. 45, 150   
  • J. Landwehr, Studies in Dutch books with coloured plates published 1662-1875. The Hague 1976, nr. 145