Tot de meest geraadpleegde brievencollecties van de Koninklijke Bibliotheek behoort het zogenaamde Witsenarchief dat in 1945 door het Witsenhuis te Amsterdam werd overgedragen. Deze populariteit is niet verwonderlijk, want binnen de bent van Tachtig nam de schilder, etser, tekenaar en fotograaf Willem Witsen een centrale plaats in. Niet in het minst omdat hij in tegenstelling tot de meeste van zijn companen geen materiƫle zorgen kende en op allerlei manieren zijn vrienden ondersteunde. Was in het begin van de jaren tachtig de nabij Zeist gelegen Ewijkshoeve een gastvrij domein voor de vriendenclub, vanaf 1891 werd zijn - gedeeltelijk nog steeds in de originele staat bewaarde -atelier aan de Oosterparkstraat de plaats waar men kon komen drinken, roken, schaken, schilderen en logeren. Een niet door iedereen even gewaardeerd lid van de club was Isaac Israels met wie Witsen tot aan zijn dood bevriend zou blijven. De hier getoonde brief schreef Israels toen hij in Hamburg bij Arij Prins logeerde. Een verblijf dat hem maar matig beviel: 'Heb jij ooit gehoord dat iemand naar Londen wil en naar Hamburg gaat? ik niet. Er zijn hier dingen van een leelijkheid van kleur waar je in Holland geen idee van hebt. Wat hier nogal aardig is zijn de karren, schuiten, brokken stad, hoerenbuurtjes s'nachts admirabel maar de meiden zijn daar verdomd brutaal'. In de daaropvolgende vergelijking tussen de Hamburgse en de Amsterdamse dames van lichte zeden is een aantal woorden zorgvuldig onleesbaar gemaakt; kennelijk vond Witsen een en ander te expliciet geformuleerd om het ongecensureerd voor het nageslacht te bewaren. De grootste charme van de brief zit evenwel niet zozeer in de tekst als wel in de met snelle penstreken neergezette croquis. Het is echter zeer te betreuren dat Israels ongeveer het slechtste briefpapier dat er in die periode werd vervaardigd heeft gecombineerd met een vrij agressieve inkt. Verzuring en inktvraat hebben hun sporen dan ook nadrukkelijk achtergelaten.

Overigens is het niet toevallig dat het Witsenarchief juist in de Koninklijke Bibliotheek werd ondergebracht; daar bevindt zich namelijk ook al sinds 1939 het imposante archief van de Nieuwe Gids, de spreekbuis van de Beweging van Tachtig, waaraan Witsen onder de pseudoniemen W.J. van Westervoorde en Verberchem een aantal kunstkritieken bijdroeg.

Literatuur

  • R. van der Wiel. Ewijkshoeve, tuin van tachtig. Amsterdam 1988
  • Ch. Vergeer. Toen werden schoot en boezem lekkernij. Erotiek van de Tachtigers. Amsterdam 1990, afb. op p. 115.