In de vijftiger en vroege zestiger jaren van deze eeuw ontwikkelde de Turkse marmeraar Necmeddin Okyay uit Istanbul een speciaal type bloemmarmerpatronen. De bloemmotieven worden met behulp van het verfpipet en een scherp puntig voorwerp op de reeds in de marmerbak aangebrachte marmering getekend en vervolgens wordt het geheel - achtergrond en motieven - in één keer op een vel papier overgebracht. Deze marmertechniek werd toegepast op de zogenaamde Ebru-papieren, die hun oorsprong vinden bij de oude Turkse stammen van Centraal Azië. Hoewel er weinig betrouwbare gegevens bestaan over de ontstaansgeschiedenis van dit papier, wordt verondersteld dat de Turkse Ebru-papieren al vanaf de zesde eeuw werden gemaakt. De term ebru is mogelijk afkomstig van ebr, wat wolk betekent. De oudst gedateerde Ebru-papieren werden voornamelijk als drager of omlijsting van gekalligrafeerde teksten gebruikt, maar vonden ook hun toepassing bij het boekbinden als schutbladen.

De Ebru-papieren liggen aan de basis van de later ontwikkelde marmerpapieren. Door het toenemende gebruik van ‘gewone’ marmerpapieren als schutbladen of omslag van boeken vanaf de zeventiende eeuw, raakte de kunst van het Ebru-papier steeds meer op de achtergrond. Sedert het midden van de negentiende eeuw is er echter een grote opleving in de belangstelling. De 'Necmeddin-Ebru' van Okyay nemen in dit verband een belangrijke plaats in.

Dit bijzondere sierpapier met een voorstelling van rode en gele tulpen op een in donker- en lichtblauw gemarmerde ondergrond, werd in 1971 samen met andere Oosterse sierpapieren verworven als onderdeel van de uitgebreide papierhistorische collectie van Henk Voorn, waarmee de grondslag werd gelegd voor de huidige papierhistorische collectie.

Literatuur

  • N. Sönmez & Y. Jäckle-Sönmez. Ebru. Türkisch Papier. Tübingen 1987.