(1617-1659), jurist

13 inscripties geplaatst in de periode 1635-1636 te Franeker, Leiden en Groningen. Bevat voorts 64 pagina's met genealogische aantekeningen betreffende de familie Van Wyckel over de periode 1617-1697.

Een opvallend kenmerk van dit album is het extreem kleine formaat, dat vooral met het oog op gemakkelijke vervoerbaarheid tijdens de reizen schijnt ingegeven. Dit kleine formaat komt vanaf 1620 met enige regelmaat voor, vooral in Duitsland. Uit Nederland zijn er slechts zeven bekend.
Wyckel kan echter noch een reiziger, noch een fanatiek albumhouder genoemd worden. Hij schreef zich op 20 februari 1633 te Franeker in, switchte vervolgens naar Leiden (15 juni 1635) en trok vandaar al snel naar Groningen (9 september 1635), om uiteindelijk op 6 september 1638 cum laude te Franeker te promoveren tot doctor in de rechten. Over zijn carrière als advocaat en afgevaardigde naar de Raad van State, zijn huwelijk met Jaycke Saeckma (1616-1671) en het wel en en wee van zijn directe nazaten levert het album interessante gegevens op, omdat zijn zoon Anne Hans het boekje later gebruikt heeft om allerlei genealogische aantekeningen te plaatsen.
Het aantal inscripties in het album moge met niet meer dan 13 bescheiden zijn, wij treffen onder de bijdragers wel de meest befaamde Franeker hoogleraren van die tijd: de juristen Henricus Rhala (1591-1640) en Bernardus Schotanus (1598-1652), de theoloog Johannes Maccovius (1588-1644), de mathematicus Adrianus Metius (1571-1635), en de filoloog Georgius Pasor (1570-1637).