De Beatrijs is onbetwist één van de topstukken van de Koninklijke Bibliotheek. Dit 'juweel in onze geestelijke literatuur' is voor heel veel Nederlanders hét voorbeeld van een Middeleeuwse tekst. Veel Nederlanders hebben op school van Beatrijs gehoord, maar velen weten niet dat de berijmde Middelnederlandse versie van de legende over Beatrijs alleen maar is overgeleverd in één rijkversierd handschrift uit de Koninklijke Bibliotheek. Via deze website maakt de Koninklijke Bibliotheek dit topstuk uit haar collectie nu voor iedereen toegankelijk. Dit gebeurt door middel van afbeeldingen van de originele bladen uit het handschrift, door een zorgvuldige transcriptie van de tekst, door een vertaling van deze tekst in modern Nederlands en door het ten gehore brengen van fragmenten in het Middelnederlands. De moderne vertaling is, met dank aan de uitgever, overgenomen uit Beatrijs. Een Middeleeuws Maria-Mirakel. Vertaald door Willem Wilmink. Met een inleiding en een teksteditie door Theo Meder. Amsterdam, Uitgeverij Prometheus/Bert Bakker, 1995 [Nederlandse Klassieken]. Theo Meder gaf toestemming voor het gebruik van zijn transcriptie van de Middelnederlandse tekst.
De legende van de non Beatrijs, die kosteres van haar klooster is, verhaalt hoe deze, overmand door 'minne', zich uit het klooster laat wegvoeren door een jongeling, die zij nog uit haar jeugd kent. Ze beleven samen zeven gelukkige jaren, krijgen twee kinderen, maar als het geld op raakt, laat de jongeman haar in de steek. Beatrijs moet nu als 'ghemeen wijf', als een prostituee, in haar eigen onderhoud en dat van haar kinderen voorzien. Zeven jaar lang houdt ze dit leven vol, dagelijks biddend tot Maria en de Mariagetijden opzeggend. Dan wordt ze door berouw overmand en keert ze al bedelend met haar kinderen terug naar de streek van haar vroegere klooster. Daar hoort ze dat de kosteres nog steeds in het klooster is en in drie achtereenvolgende visioenen wordt ze aangespoord haar vroegere taak weer te hervatten: Maria heeft al die jaren haar plaats ingenomen.
De Beatrijslegende is waarschijnlijk aan het begin van de dertiende eeuw ontstaan en in talloze Westeuropese talen overgeleverd. Juist echter een vergelijking met de andere lezingen van het verhaal toont het meesterschap van deze Middelnederlandse versie en de genialiteit van haar schepper. De literaire waarde is gelegen in de harmonische opbouw, de uitgelezen woordkeus, de levendige dialoog en de indringende natuurbeschrijvingen. Bovendien onderscheidt het zich door de menselijkheid van de schildering en het grote psychologische inzicht van de dichter. De Middelnederlandse versie is waarschijnlijk aan het eind van de dertiende eeuw ontstaan. Het handschrift in de Koninklijke Bibliotheek, dat als enige deze tekst overlevert, is een later afschrift uit circa 1374.
Beschrijving van het handschrift
Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, 76 E 5
Die Dietsche doctrinaele; Beatrijs; Heimelicheit der heimelicheden door Jacob van Maerlant en andere teksten.
Brabant, ca. 1374.
Perkament, 80 fol., 257x190 (185x150)mm. Litera textualis, Middelnederlands.
Zes gehistorieerde initialen, gedecoreerde initialen, randversiering.
Moderne band uit 1993.
Herkomst: Aankoop met collectie Visser (1809), nr. 169.
Fol. 47v-54v bevat de Beatrijs. Omwille van het gebruiksgemak zijn in de website de foliumnummers vervangen door paginanummers.
Colofon
De Beatrijswebsite werd gemaakt door het fotografisch atelier van de Koninklijke Bibliotheek (scans), Marcel Rijs (vormgeving), Ad Leerintveld (inleiding en audiofragmenten) en Reinder Storm en Erik Geleijns (vertalingen en bewerkingen).