Op 25 april 1947 wordt de grootste Nederlandse voetballer van de twintigste eeuw geboren in Amsterdam. Hendrik Johannes Cruijff wordt geboren als zoon van een groenteboer in Betonwijk. Al snel komt hij achter zijn ware passie: voetbal. Zijn talent voor het voetbalspel blijkt groot en al snel maakt hij in 1964 op zeventienjarige leeftijd zijn competitiedebuut voor Ajax. In de periode tot 1984 speelt hij onder meer voor Barcelona en verschillende clubs in de Verenigde Staten.

In het seizoen 1983-1984 wint hij met Feyenoord het landskampioenschap en de nationale beker. Later keert hij terug als trainer bij onder meer Ajax en Barcelona.

Cruijff maakt zijn debuut voor Oranje op 7 september 1966, in de EK kwalificatiewedstrijd tegen Hongarije. Hij scoort in deze interland meteen zijn eerste doelpunt, al kan hij niet voorkomen dat Oranje met 2-2 gelijk speelt. In zijn tweede wedstrijd tegen Tsjecho-Slowakije op 6 november 1966, wordt hij in de 76e minuut als eerste international ooit met een rode kaart van het veld gestuurd. De scheidsrechter meent dat hij door Cruijff geslagen is. De grootste roem verwerft hij door deel uit te maken van Oranje op het WK in 1974, waar Oranje indruk maakt met 'totaalvoetbal'. Cruijff is echter niet goed in vorm in de finale en Nederland verliest met 2-1 van West-Duitsland. Op het WK 1978 is hij niet aanwezig omdat, zoals hij in 2008 verklaart, er in deze periode geprobeerd is hem te ontvoeren. Uiteindelijk sluit 'nummer 14' zijn interlandcarrière af met 48 interlands, waarin hij 33 keer tot scoren komt.

Literatuur