Nederlandse Literatuur

1200-1600

De lange periode van middeleeuwen en Rederijkerstijd laat een bonte verzameling van ridderromans, heiligenlevens, mystieke lyriek, wereldlijke liederen en didactische poëzie zien. De Hervorming en de opstand tegen Spanje gaan gepaard met polemische en politieke geschriften, waaraan we onder andere het 'Wilhelmus' te danken hebben.
Lees verder

1601-1800

De literaire hoogtepunten in de Gouden Eeuw komen vooral uit de pennen van gevierde auteurs als Vondel, Hooft, Bredero, Cats en Huijgens. Hun toneelstukken en gedichten vinden gretig aftrek en een deel wordt nog steeds hoog gewaardeerd. De achttiende eeuw telt minder beroemdheden, maar kent wel een aantal verrassingen.
Lees verder

1801-1900

Multatuli's Max Havelaar is zonder twijfel het belangrijkste boek uit de negentiende eeuw. De gezapigheid die aan deze eeuw wordt toegeschreven, gaat dus niet voor alle schrijvers op. De Tachtigers gooien met hun naturalistische romans en hun 'allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie' (Kloos) ook een flinke steen in de stille vijver.
Lees verder

1901-1940

In de eerste helft van de twintigste eeuw treden zowel belangrijke schrijvers als belangrijke literaire ontwikkelingen voor het voetlicht. Couperus, Elsschot en Nescio tonen hun verfijnde schrijftalent, terwijl onder anderen Van Ostaijen voor revolutionaire vormveranderingen in de poëzie zorgt. Het tijdschrift Forum van Ter Braak en Du Perron bepleit het vinden van de persoon van de schrijver in zijn werk.
Lees verder

1941-1960

De Tweede Wereldoorlog drukt een zwaar stempel op deze periode, of het nu gaat om het verwoorden van oorlogservaringen of juist om het (vruchteloos) zoeken naar nieuw elan. Het achterhuis van Anne Frank, De avonden van Reve en De Kapellekensbaan van Boon zijn daar exponenten van. De experimentele poëzie van de Vijftigers vindt veel weerklank, maar stuit ook op onbegrip.
Lees verder

1961-1980

Opschudding in de samenleving en in de literatuur! Waar nozems en hippies met losse zeden en lange haren tegen gevestigde schenen schoppen, doen schrijvers als Jan Cremer, Jan Wolkers, Harry Mulisch en W.F. Hermans dat met romans en polemieken. Het ludieke element ontbreekt in de letterkunde trouwens evenmin.
Lees verder

1981-1995

Terug naar vakmanschap. In deze periode verschijnt een opmerkelijk groot aantal traditioneel opgezette romans en verhalenbundels en ook in de poëzie is de vernieuwingsdrift tot stilstand gekomen. De omvang van de boeken lijkt daarentegen nauwelijks meer grenzen te kennen, getuige Claus' Het verdriet van België en de alsmaar uitdijende romancyclus De tandeloze tijd van Van der Heijden.
Lees verder

1996-2010

Alleen de toekomst kan leren welke schrijvers en welke publicaties uit de meest recente jaren de tand des tijds zullen overleven. Veel publieke aandacht of hoge oplagecijfers zeggen meer over mediahypes en geslaagde uitgeversstrategieën dan over duurzame kwaliteit. Maar dat er nog steeds grote aantallen boeken worden uitgegeven én gelezen is een verheugend feit.
Lees verder