Bijbelse verhalen en morele lessen
Uit de vele bijbelse verhalen die als bron dienden - en nog dienen - voor bezinning en discussie, hebben we hier dat van Job en dat van Simson gekozen.
|
|
|
|
|
Gezeten op de mestvaalt wordt Job gekweld door zijn vrouw en getroost door zijn vrienden - Meer afbeeldingen
|
|
|
|
|
|
|
|
Simson draagt de stadspoort van Gaza op zijn rug; Delila snijdt zijn haar af - Meer afbeeldingen
|
|
|
|
Simson duwt de zuilen van de tempel opzij en doodt de feestende Philistijnen - Meer afbeeldingen
|
|
Job, icoon van Geduld
Het thema van het Oudtestamentische boek Job is dat van de schijnbare onrechtvaardigheid van het menselijke lijden. Job is een vroom en gelovig man, maar hij is ook erg rijk. Satan daagt daarom God uit de materiële rijkdom van Job af te nemen om zodoende de kracht van zijn geloof te testen. Job wordt getroffen door de ene na de andere ramp en uiteindelijk blijft hem niets over dan zijn mestvaalt. In de discussies hierover met zijn vrienden houdt Job vol dat zijn gedrag God geen aanleiding kan hebben gegeven hem te straffen. Maar zelfs deze 'onrechtvaardige' en dus ook onbegrijpelijke behandeling, brengt het geloof van Job echter niet aan het wankelen.
Simson, kracht en zwakte
Het verhaal van Simson begint net als dat van bijbelse figuren zoals Izaak, Samuël en Johannes de Doper: hun ouders moesten lang wachten voordat hun huwelijk werd gezegend met kinderen.
De vader van Simson, Manoah, en zijn vrouw stemden met tegenzin in met het besluit van Simson om een Philistijns meisje te trouwen. Dat bleek inderdaad een keuze te zijn met grote gevolgen. Op weg naar de bruiloft doodt Simson een leeuw, maar kort daarop keren zijn woede en enorme kracht zich tegen de Philistijnen. De Philistijnen en een femme fatale - Delila - worden ook zijn uiteindelijke ondergang. Delila verraadt hem aan de Philistijnen. Zij snijdt zijn haar af en neemt daarmee de bron van zijn kracht weg. De laatste uitbarsting van die kracht kost het leven aan de vele Philistijnen die hem bespotten in de tempel van Dagon.