Soldatenvolk
Vanaf september 1944 wordt Nederland overspoeld door Amerikaanse, Britse en Canadese troepen die zich inzetten voor de bevrijding van ons land. Deze 'Yankees' en 'Tommies' worden overal feestelijk binnengehaald. Ze delen chocolade en sigaretten uit aan de bevolking. Na de bevrijding in mei 1945 kunnen de Canadese soldaten door een gebrek aan scheepsruimte nog niet terugkeren naar hun thuisland. Velen blijven heel het jaar 1945 in Nederland. Er worden diverse publicaties uitgegeven om hen wegwijs in ons land te maken.
De uitgelaten stemming onder de bevolking maakt dat veel vrouwen relaties aanknopen met geallieerde soldaten en zwanger raken. De kinderen die hieruit voortkomen worden 'Bevrijdertjes' genoemd.
De geallieerde soldaten gedragen zich echter niet overal even netjes. Ze maken zich soms schuldig aan plunderingen. Ze steken boerderijen in brand, doden het vee en roven fabrieken leeg. Anders dan bij de Duitsers, zijn deze plunderingen individuele acties en niet van bovenaf opgelegd.
Lees verder
Machtsstrijd
Met de bevrijding van Nederland ontstaat een machtsvacuüm. In de reeds bevrijde gebieden heeft het Militair Gezag (MG) de bestuurlijke macht, onder leiding van Generaal-Majoor Kruls. Het MG zorgt ervoor dat het bestuur op ordelijke wijze later aan de Nederlandse regering kan worden overgedragen. Koningin Wilhelmina keert in maart 1945 - alvast tijdelijk - terug naar Nederland. Zij hoopt op vernieuwing in de politiek. De populariteit van het koningshuis neemt tijdens de laatste oorlogsfase enorm toe, onder meer doordat prins Bernhard in september 1944 verzetsgroepen bundelt in de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS). Die BS vormen op den duur wel een probleem, omdat ze gewapend in de steden optreden en voor eigen rechter spelen. Minister-president Gerbrandy betreurt dat 'bedenkelijke elementen' deel uitmaken van de NBS. Hij zou de rol van het koningshuis bovendien liever beperken.
Lees verder
Vrijheid!
Op 12 september 1944 zetten in Limburg de eerste Amerikanen als bevrijders voet op Nederlands gebied. Enthousiaste mensen staan de soldaten op te wachten. Ze zwaaien met vlaggetjes en klimmen op de jeeps en tanks van hun bevrijders. De soldaten delen chocolade en sigaretten uit onder de bevolking. Er ontstaan spontane volksfeesten, vermengd met Oudhollandse spelletjes en tradities. De Duitsers tekenen op 6 mei 1945 de officiële capitulatie. In Nederlands-Indië moet men nog eens drie maanden wachten tot de Japanners zich op 15 augustus overgeven.
Op Koninginnedag 31 augustus 1945, wordt in het Olympisch Stadion in Amsterdam de bezetting van Nederland in een groots schouwspel nagespeeld. Prinses Juliana en prins Bernhard zijn hierbij aanwezig. In de periode net na de bevrijding zijn er veel affiches, kaarten en rijmprenten gedrukt. Persoonlijke brieven geven een beeld hoe de bevrijding is beleefd.
Lees verder
Foute keus
De Nederlanders die tijdens de oorlog aan de kant van de bezetter staan worden vanwege collaboratie opgesloten en berecht. Met name NSB-aanhangers worden vervolgd en hun leider Mussert wordt gefusilleerd wegens landverraad. Volgens de statistieken zijn er ruim 300.000 'foute' Nederlanders. Het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) telt ruim een half miljoen dossiers. Ongeveer 130.000 landverraders worden geïnterneerd in verschillende kampen, onder vaak slechte omstandigheden. De hygiëne laat te wensen over, het personeel intimideert de gevangenen en soms zitten mensen vast zonder duidelijke aanklacht. Er worden verschillende ideeën geopperd om af te rekenen met deze NSB'ers, bijvoorbeeld door hen te deporteren naar Nieuw-Guinea.
Mensen reageren hun woede en ongenoegen af op degenen die met de bezetter hebben samengewerkt. Hun frustratie richt zich bijvoorbeeld op 'moffenmeiden'; vrouwen die contact hebben gehad met Duitsers. Ze worden publiekelijk te schande gemaakt en kaalgeknipt.
Lees verder
Naar huis
Door de oorlog hebben veel Nederlanders gedwongen hun huis verlaten. Overlevenden uit de Duitse concentratiekampen, maar ook gedwongen tewerkgestelden, krijgsgevangenen, onderduikers en evacués keren na afloop van de oorlog naar huis. Velen keren ook niet terug, bijvoorbeeld de 106.000 Nederlandse joden die zijn omgebracht. Overheidsinstellingen en particuliere organisaties als het Rode Kruis zetten zich in voor de repatrianten. Daarbij gaat veel meer aandacht uit naar hun materiële nood dan naar de geestelijke schade die zij in de oorlog hebben opgelopen. Zowel de regering als de publieke opinie maar ook de belangenorganisaties van oorlogsslachtoffers zelf richten hun blik veeleer op de wederopbouw van het land. Pas vele jaren later zou er meer begrip komen voor de emotionele oorlogsschade.
Nadat Nederlands-Indië bevrijd is, komen 300.000 repatrianten naar Nederland. Ook zij ervaren weinig begrip voor wat hen is overkomen in de Jappenkampen.
Lees verder
Verwoest land
Na de bevrijding wordt de balans opgemaakt. Vele steden en dorpen, vooral in het frontgebied in het midden van het land, zijn verwoest en moeten worden heropgebouwd. Het bombardement op Rotterdam in 1940 heeft diepe sporen nagelaten in het stadsbeeld. Inundatie heeft de boeren op het platteland in de Betuwe en Zeeland voor grote problemen geplaatst. Door een tekort aan arbeiders draait de industrie bovendien maar op halve kracht.
De Duitsers hebben Nederland in sterke mate leeggeroofd. Soldaten roven huizen en fabrieken leeg, omdat hun eigen land sterk te lijden heeft onder geallieerde bombardementen. Ook het roven van fietsen komt veelvuldig voor. Maar ook de bevrijders maken zich schuldig aan plunderingen en steken boerderijen in brand.
Lees verder