- Klik voor een uitvergroting
Volgende pagina

Geschenk van Willem Oltmans
Verwerving 1992
Datering 1934-2004
Signatuur DWO

Op 23 april 1991 reutelde uit een faxapparaat op de Koninklijke Bibliotheek een bericht, gericht aan ‘Mr. W. van Driemelen’ en ondertekend met ‘Willem O.’. Een fax een dag later meldde dat ‘Willem O.’ gelezen diende te worden als Willem Oltmans, hoffelijk natuurlijk, maar overbodig. Onderwerp van deze berichten was de overdracht van het toen al befaamde Dagboek van Willem Oltmans (1925- 2004) aan de Koninklijke Bibliotheek. Deze overdracht kon eind 1992 tot ieders tevredenheid worden afgewikkeld. Het was een wat merkwaardige aanwinst omdat de uiteindelijke omvang op dat moment nog niet kon worden vastgesteld, aangezien Oltmans tot aan de dag voor zijn overlijden op 30 september 2004 driftig doorging met het administreren van zijn dagelijks wel en wee.
En zo bergt het magazijn nu bijna vijftienhonderd kwarto-multoklappers, zeventig folianten met knipsels, twintig fotoalbums en nog enige meters divers materiaal, waaronder een blikken doos met drie struisvogeleieren. De vraag rijst of Oltmans nog tijd over had om iets anders te doen, maar wie zijn journalistieke arbeid en zijn jarenlange

juridische strijd met de Nederlandse overheid enigszins heeft gevolgd, kent het antwoord. Dat dit gevecht uiteindelijk resulteerde in een forse financiële genoegdoening, was voor Oltmans een uitkomst. Hij kon daardoor na jaren sappelen van een bijstandsuitkering zijn laatste levensdagen in welstand doorbrengen, maar wat voor hem van oneindig veel meer belang was: hij kon hierdoor de publicatie van een selectie uit zijn dagboek veiligstellen. Tot op heden is de periode 1925-1977 in 22 delen gepubliceerd, het schema van uitgeverij Papieren Tijger voorziet in niet minder dan 75 delen tot en met 2017.
Willem Oltmans was een dwars maar hartelijk mens die tijdens gesprekken graag even in dijen en armen van zijn (mannelijke) gesprekspartners mocht knijpen. Toen wij Van Drimmelen schertsend vroegen of er een salaristoeslag mogelijk was voor dit fysiek gevaarlijke werk, was zijn laconieke reactie: ‘ach wat jullie gevaarlijk vinden, beschouwt een ander als een welkom emolument...’.

(KT)