Trivulzio Getijdenboek - Klik voor een uitvergroting
Volgende pagina

Geschenk van een particulier
Verwerving 2001
Datering Ca. 1470
Formaat 13 x 9 cm.
Signatuur SMC 1

Het Trivulzio Getijdenboek is een van de belangrijkste en waarschijnlijk meest waardevolle geschenken ooit gedaan aan een culturele instelling in Nederland. Met de schenking van het handschrift in 2001, door een particulier die anoniem wenste te blijven, is een spectaculair stuk cultureel erfgoed opgedoken, waarvan werd verondersteld dat het verloren was gegaan. Ooit maakte het handschrift deel uit van de verzameling van de vorsten van Trivulzio te Milaan, maar aan het begin van de twintigste eeuw was de verblijfplaats niet langer bekend.
Het handschrift is gemaakt in Vlaanderen, waarschijnlijk in Brugge en Gent, en bevat een rijk versieringsprogramma met miniaturen van verscheidene meesters: Lieven van Lathem uit Antwerpen, Simon Marmion uit Valenciennes, en een illuminator uit Gent die de Meester van Maria van Bourgondiƫ wordt genoemd.
Op de bladvullende miniatuur die Pinksteren voorstelt zien we de neerdaling van de Heilige Geest. De kunstenaar plaatst deze gebeurtenis in een nauwkeurig weergegeven gotisch kerkinterieur, compleet met gedraaide kolommen en een vergulde koorafscheiding. De stijl van de miniatuur is schilderachtig en sprekend, vol beweging, zoals zichtbaar is in de golvende kledij. Ter voltooiing van zijn miniatuur voegde de kunstenaar buitengewoon fijne gouden accenten toe, waarbij hij waarschijnlijk een kwastje gebruikte met niet meer dan twee of drie haren. De stralenkrans rond de duif is zo subtiel dat hij bijna etherisch is.

De randen in dit handschrift verlevendigen de religieuze voorstellingen en brengen de toeschouwer in verrukking. In de marge bijvoorbeeld, heeft de kunstenaar met grote nauwkeurigheid een zeldzame hop afgebeeld. Tot op heden wordt gezegd dat deze vogel de komst van regen voorspelt, hoewel hij in deze afbeelding de Heilige Geest lijkt aan te kondigen. Rechtsonder in de marge heeft de miniaturist een harpij (Latijn: harpyia) afgebeeld, een roofzuchtig monster met het hoofd van een vrouw, de klauwen van een leeuw, en de vleugels van een roofvogel. Terwijl deze figuur de macht en het gevaar van vrouwen verbeeldt, is het ook een vorm van woordspel: de harpij bespeelt een harp. De figurengroep linksonder versterkt de verbeelding van de macht van vrouwen. Deze vrouw, die viool speelt en op een man zit, verbeeldt waarschijnlijk Phyllis, die haar echtgenoot Aristoteles bereed als een paard. (KR)