|
In de achttiende eeuw is het in Nederland ongewoon als boekbinders hun werk signeren. Een uitzondering op deze regel is de in Middelburg werkende binder Suenonius Mandelgreen. Vier maal vinden we zijn signatuur op veelal buitengewone stukken. Maar Mandelgreen is dan ook geen Nederlander. Een set van tien luxe banden in de Koninklijke Bibliotheek van België maken een en ander duidelijk. Die banden dragen zijn naam, met de toevoeging: ‘UPSALO SUECUS’. Suenonius Mandelgreen komt oorspronkelijk uit Uppsala, in Zweden. Helaas ontbreekt verder elk ander feitelijk gegeven over zijn leven als gevolg van de vernietiging van het stadsarchief van Middelburg, in de Tweede Wereldoorlog. Duidelijk is dat Mandelgreen in, of kort voor 1736 in Middelburg arriveert, want in dat jaar maakt hij zijn meesterproef. De Koninklijke Bibliotheek heeft in 2004 deze band aangekocht en bezit daarmee de enige meesterproef uit de achttiende eeuw die bewaard is gebleven.
Maar in dit geval is er geen sprake van een representatieve proeve van meesterschap door een gezel of getalenteerde knecht. Dit stuk is het werk van een volleerde meester.
Mandelgreen gebruikt voor deze band maar liefst zeven rollen en 25 verschillende stempels, die waarschijnlijk ook zijn eigendom waren. Hij bekleedt de band met kostbaar rood marokijn, maakt dubbele kapitalen in drie kleuren zijde en versiert de sneden virtuoos met ornamenten en met het wapen van Zeeland. Een dergelijke luxe wordt in geen van de bewaard gebleven gildereglementen uit de zeventiende of achttiende eeuw van de binders verlangd. Mandelgreen, op zoek naar erkenning, heeft zijn proef waarschijnlijk al in Zweden afgelegd; het gebruik van tekst op de band en de platindeling met de doorsnijdende linten vinden we namelijk ook terug op een enkele bewaard gebleven meesterproef in Zweden. Deze band is bedoeld om indruk te maken op de autoriteiten en hen te overtuigen van het feit dat er een ware meester in hun stad is gearriveerd.
(RT)