Centsprenten - Klik voor een uitvergroting
Volgende pagina

Geschenk van Aernout en Leny Borms-Koop
Verwerving 2007
Datering Ca. 1730-1900 151
Formaat varieert
Signatuur Borms

In december 2007 ontving de Koninklijke Bibliotheek een zeer bijzondere schenking van meer dan duizend centsprenten. Centsprenten werden in talloze variaties eeuwenlang gedrukt en zijn te beschouwen als het goedkoopste drukwerk voor alle lagen van de bevolking, waarin bericht werd over belangrijke en opzienbarende gebeurtenissen, zoals rampen, misdrijven en veldslagen.
Een populair onderwerp was pantoffelheld Jan de Wasscher. In de ‘Verzameling Borms-Koop’ zijn negen versies van dit ‘verkeerde wereld’-verhaal aanwezig. Hieruit blijkt, dat al ver voor de eerste feministische golf achter menige voordeur strijd werd geleverd over de vraag wie de baas in huis was. Bij de familie De Wasscher was dat zonder twijfel Griet. De onbekende maker van de prent zet meteen de toon: ‘Jan de Wasser die zal trouwen, Maar ik vrees het zal hem rouwen’. Jan en Griet ‘ruilen broek voor schorteldoek’, en Jan doet alles wat kennelijk niet des mans is. Hij verzorgt het hele huishouden en het kind, en dat gaat heel ver: ‘Jan die leyd hier in de kraam, het geen sijn vrou is aangenaam’.

Bij de achttiende eeuwse prenten is een verklaring overbodig; kennelijk wist iedere lezer van dit stripverhaal avant la lettre hoe zot dit was. In de negentiende eeuw wordt meer gericht aangegeven hoe men dit moet bezien: ‘Na den maaltyd vaten wasschen, dit zou toch uw vrouw meer passen.’ In de elkaar opvolgende versies is te zien hoe de tijdgeest verandert. In de vroege prenten gaat het zo: ‘Jan sit hier op zijn hacken, en hij laat het kindje kacken’. De tekst op latere prenten luidt: ‘Kinderen, wilt daar eens raaijen, wat de kleine neer zal draaijen’. De achttiende eeuwse Jan gaat, als beloning voor zijn trouwe diensten, met Griet uit varen naar de Amsterdamse Volewijk. Op de houtsnede is in de verte het galgenveld met gehangenen boven de knekelput te zien, waar ze bleven hangen om door de lucht en de vogels verteerd te worden. In de tekst wordt hierover niet gerept. Op latere prenten is het galgenveld, dat in 1795 werd opgeheven, zelfs helemaal verdwenen. (JK)