De door z. exc. den Commissaris-Generaal, ingestelde plegtige feestviering van den verjaardag van den veldslag van Waterloo heeft, eergisteren, overeenkomstig het, daarvoor opgemaakte programma, alhier plaats gehad.
Te midden van de toasten, bij deze gelegenheid aan Neerlandsch krijgsroem toegewijd, nam Z. Exc. de Commissaris-Generaal, voorzitter van het Genootschap van Waterloo, het woord op, en vermeerderde niet weinig de algemeene geestdrift, door, in de meest gevoelvolle uitdrukkingen, bekend te maken, dat hij, dezen zelfden avond, het omstandig berigt ontvangen had van de overwinning, door de onzen, nabij Djocjokarta bevochten, bij de inname vanden kraton de Pleret, en dat hij geene geschikter gelegenheid vermeende te kunnen hebben, om het officieel berigt daarvan mede te deelen, dan door de voorlezing van hetzelve op dit vreugdefeest.