19 oktober 1921: Het slot Loevestein

19 oktober 1921: Het slot Loevestein

Op de vragen van het Kamerlid De Jonge betreffende het opbergen van munitie en springstoffen in de kelders en omliggende gebouwen van het Slot Loevestein verstrekte de Minister van Oorlog een gedetailleerde opgaaf van de soorten van munitie en springstoffen en van de hoeveelheden van iedere soort, die opgeborgen zijn in de kelders en in de omliggende gebouwen (o.a. een "kruithuis") van het Slot.

Vermoedelijk, zegt de minister, wordt met het "Kruithuis" de buskruittoren bedoeld. Het Slot Loevestein is voor het publiek toegankelijk, welke omstandigheid eenig brandgevaar medebrengt. Hoewel dit gevaar niet groot is te achten, en ten overvloede indertijd door de genie maatregelen zijn genomen om de kansen op brand zoo gering mogelijk te maken, is het niettemin aan te bevelen de in de kelders van het slot opgeborgen kardoezen naar elders te doen overbrengen, omdat in geval van brand ontploffing dezer kardoezen de verwoesting van het Slot zou kunnen vergrooten. Zoodanige overbrenging is in behandeling.

Eventueele ontploffing der aanwezige patronen zou geen noemenswaardige schade ten gevolge kunnen hebben; het is daarom niet noodig deze patronen te doen verplaatsen. Voorts kunnen om dezelfde redenen de gevulde projectielen en de munitie, opgeborgen in het arsenaal en in den buskruittoren, zonder bezwaar aldaar opgeborgen blijven, aangezien zelfs bij brand - op welk ongeval de kans zeer gering is te achten - slechts het springen van enkele projectielen te duchten zou zijn en dit niet anders dan eenige schade door wegvliegende scherven aan muren of ramen zou teweegbrengen.