24 oktober 1942: 500 jaren gekken-werk

24 oktober 1942: 500 jaren gekken-werk

De historie van het oudste krankzinnigengesticht in ons land "Reinier van Arkel" te 's-Hertogenbosch, werpt en schril licht op de behandeling der gekken in vroegere etuwen. De Nederlandsche werken over dit onderwerp zeggen, dat de "verpleging" tot diep in de 19e eeuw treurig is geweest. "Reinier van Arkel" schijnt evenwel een goede uitzondering te zijn geweest te oordeelen naar vele feiten, die de archivaris van het gesticht uit de historie heeft opgediept.

Niettemin kende men ook hier eeuwen lang geen andere remedie dan het "spannen, bynden ende sluyten". Het huis was immers alleen voor woeste patiënten gesticht en bij het opnemen van zulken moest dan ook vaak een bepaling als deze worden gemaakt. "Ende wat Henrick geraeckt te breken sullen sy (zijn familie) oyck wederom loffbaerlyk doen repareeren". De patiënten werden opgesloten in hokken of kooien, zooals de vertrekken in de oude paperassen meestal worden genoemd. De hekken waren zwaar gegrendeld en voorzien van open privaten die kwalijke geuren verspreidden temeer daar het nogal eens voor kwam, dat de gekken er al dan niet vrijwillig een bad in namen. Aan eigenlijke geneeskundige behandeling werd eenvoudig niet gedacht en men beperkte zich tot het eenvoudig onschadelijk maken der patiënten Eerst in het begin der 19e eeuw. toen in Frankrijk nog gekken tesamen met misdadigers werden opgesloten, werden de begrippen milder. Men kan de gestichtsbestuurders deze toer standen moeiijk aanrekenen. Zeker niet in "Reinier van Arkel", waar tal van archiefstukken bewijzen hoe hartelijk en vol medelijden de gekken in menig opzicht werden behandeld. Vanaf de stichting was een chirurgijn aan het huis verbonden, die tot taak had de lijders om de veertien dagen "met alle omsigtigheyt" te scheren en voorts bij de vaak voorkomende verwondingen steeds klaar te staan om "alle devoires derselven genesing" aan te wenden, wat met "alle moghelvke sagtheyt" moest gebeuren. Dat dit geen holle frase was moge blijken uit het feit. dat een patiënt, wiens teenen moesten worden afgezet, eerst met vier kannen wijn beschonken moest worden. Vanaf 1643 was er ook een dokter aan het gesticht verbonden. Het dient ter eere van de Regenten gezegd te worden, dat zij niet alleen aan hun eigen magen dachten, doch ook de patiënten gaarne met goede spijzen te goed deden. Het huis hield er eigen koeien en varkens op na, de keuken-rekeningen vermelden allerlei lekkernijen. Ook voor "byer dat die armen synloesen menschen gedroncken hebben" treft men tallooze posten aan. Op feestdagen onthaalde men hen op kersen, druiven, rozijnen, krakelingen, eieren enz. Op Witten Donderdag kregen zij "meedts om te soppen" en 's Maandags voor Vastenavond werden de gekken steeds onthaald op warme bollen wat altijd veel bekijks gaf van "geringe menschen" en "fatsoenlijke lieden" in den tijd toen het bezichtigen der gekken nog als een vermaak gold. Uit de notulen van een regentenvergadering in 1748 blijkt, dat bij die gelegenheid een groote menigte van soldaten en baldadige jongens was binnen gekomen, die veel "ongerechtigheyt" en "onbetamelijkheyt" pleegden. Er werd dan ook besloten met. Vastenavond niemand meer "te permiteeren de sinneloozen warme bollen te sien komen eten".