28 oktober 1918: Ernstige muiterij in de Harskamp

28 oktober 1918: Ernstige muiterij in de Harskamp

In het legerkamp te Harskamp hebben Vrijdagavond zeer ernstige onlusten plaats gehad. Majoor de Bruin, die met een bataljon infanterie uit Millingen ter assistentie in het kamp was aangekomen, deelde over het gebeurde den korrespondent van de Tel. heb volgende mede:

Het waren vooral het tweede en derde hataljon, hoofdzakelijk bestaande uit Drentenaren en Groningers, die ontevreden waren over het geringe quantum voedsel, dat verstrekt werd. Vrijdag was het al wat roerig onder de manschappen; enkele ruiten van de bureaux werden ingeworpen en ook de officiers-cantine moest het ontgelden. De soldaten namen toen reeds een dreigende houding aan, maar het gelukte ten slotte toch de rust te herstellen.

De ontevredenheid bleef echter en de stemming onder de Drentenaren was Zaterdagmorgen weer uiterst geprikkeld; zij pleegden aanvankelijk lijdelijk verzet, en na het middageten, dat om 1 uur genuttigd werd, weigerden enkele soldaten dienst. Zij waren er zelfs niet toe te bewegen hun eigen aardappelen te jassen, om het tekort aan voedsel eenigszins aan te vullen. Steeds dreigender werd hunne houding, steeds meer soldaten weigerden de bevelen op te volgen en omstreeks 3 uur heerschte in het kamp EEN VOLSLAGEN ANARCHIE.

Een menigte mannen trok naar de soldaten-cantine en plunderden die. De muitelingen deden zich te goed aan de daar aanwezige spiritualiën. Voortdurend groeide het verzet; het werd een formeel oproer, dat nog verergerde, toen de roode haan kraaide. Plotseling laaiden gelijktijdig op verschillende plaatsen de vlammen hoog op. Alles wijst er op, dat de muitelingen hadden afgesproken het kamp plat te branden. In allerijl trachtten de manschappen, die als bezetenen raasden en tierden, hunne eigendommen in veiligheid te brengen, terwijl anderen voortgingen de nog niet brandende gebouwen te plunderen. (...)