Hendrik Antoon Lorentz werd in 1853 geboren in Arnhem als zoon van een kweker. Hij rondde de HBS zeer snel af en ging op zijn zestiende studeren. Twee jaar later behaalde hij zijn kandidaats summa cum laude. Op 22-jarige leeftijd promoveerde hij op De theorie der terugkaatsing en breking van het licht’, waarin hij aantoonde dat de elektromagnetische theorie van Maxwell de experimentele data goed verklaarde. Twee jaar later, in 1878, werd hij al hoogleraar in Leiden. Hij vervulde daar de eerste Nederlandse leerstoel in de mathematische natuurkunde. Hij zou deze functie vervullen tot 1912.
Zijn nieuwe theorie over elektromagnetisme (bekend onder de naam Lorentz' elektronentheorie) ging in op de verhouding tussen licht, materie en ether. Het bestaan van ether werd eind negentiende eeuw overal aangenomen, omdat een vacuüm nog ondenkbaar was. Lorentz maakte een scherp onderscheid tussen materie en ether. De materie bestond in zijn ogen uit atomen of moleculen, die elektrische lading hadden, terwijl ether de ruimte tussen de moleculen vulde. Zijn heldere theorie maakte een aantal eerdere theorieën overbodig en verklaarde de experimentele gegevens goed. Op basis van deze theorie werd bijvoorbeeld de elektromagnetische kracht die bewegende geladen deeltjes ondervinden Lorentz-kracht genoemd. De Nobelprijs ontving hij in 1902 voor de verklaring van het Zeeman-effect, tegelijkertijd met Zeeman zelf. Op grond van zijn theorieën kon hij voorspellen dat in een magnetisch veld de spectraallijnen van atomen zich zouden moeten splitsen, iets wat Zeeman experimenteel kon bevestigen.
Lorentz was zeer succesvol in alles wat hij deed. Als kind al, was hij niet slechts op één gebied uitzonderlijk goed. Naast zijn uitstekende resultaten in de bèta-wetenschappen, sprak hij verschillende talen goed en was hij een gewild didacticus. Al deze capaciteiten brachten hem een hoge status in het wetenschappelijke veld. De doorbraak van Einstein in 1905 betekende een complete herziening van de klassieke natuurkunde. Lorentz werd daarna op wetenschappelijk vlak minder productief, maar vervulde in sociaal opzicht een belangrijke rol in de natuurkunde. Hij leidde vele discussies over de nieuwe relativiteitstheorie en was voorzitter van vele internationale conferenties. Zijn laatste taak bestond uit het doorrekenen van de stromingen in de Zuiderzee, als deze eenmaal zou zijn afgesloten. Ook bij latere narekeningen bleek hij dit foutloos te hebben uitgevoerd. Zijn wetenschappelijke status was al tijdens zijn leven bijna mythisch, zijn begrafenis op 10 februari 1928 werd bijgewoond door honderdduizend mensen. Om 12 uur werd zelfs het telefoonverkeer in Nederland drie minuten stilgelegd.
Literatuur
H.A. Lorentz. Impressions of his Life and Work / G.L. de Haas-Lorentz (red.). - Amsterdam: North-Holland, 1957. – 157 p., ill.
Van Stevin tot Lorentz : portretten van achttien Nederlandse natuurwetenschappers / Red. en inl.: A.J. Kox. - Amsterdam : Bakker, 1990. - 265 p., ill.