Veltman werd in 1931 geboren in Waalwijk als vierde kind in het gezin van een hoofdonderwijzer. Verhoudingsgewijs had het gezin het redelijk goed in de crisisjaren en gedurende de oorlog. Hoewel hij een vrij gemiddelde leerling was op de HBS overtuigde zijn natuurkundeleraar zijn ouders ervan dat Veltman beter kon gaan studeren dan naar de MTS te gaan. Voor een jongen uit Waalwijk was dat in die tijd bijzonder. Veltman ging in 1948 wis- en natuurkunde in Utrecht studeren, de eerste jaren als spoorstudent. Na drie jaar ging hij ook in Utrecht wonen. Zo kort na de oorlog bleken veel goede hoogleraren vertrokken of overleden te zijn; het onderwijs inspireerde Veltman niet echt – pas na vijf jaar haalde hij zijn kandidaats. Kort daarna kwam hij in aanraking met de relativiteitstheorie, sindsdien verdiepte hij zich meer in de theoretische natuurkunde. Aangezien die in Utrecht voornamelijk bestond uit statistische mechanica, werd hij nog steeds niet echt geraakt door de studie. Dat veranderde met de komst van professor Leon van Hove die hem wèl inspireerde, en bij wie hij in 1956 afstudeerde.

Nadat Veltman zijn militaire dienstplicht had vervuld, bood Van Hove hem een promotieplaats aan. Veltmans belangstelling ging uit naar de deeltjesfysica, een gebied waarop nog nauwelijks onderzoek werd gedaan. Hij was daarom aangewezen op intensieve natuurkundecursussen die jaarlijks gegeven werden in verschillende universiteitssteden in Europa. Van Hove was inmiddels directeur bij CERN in Genève, waar Veltman zich in 1961 bij hem voegde. Hier voltooide hij zijn proefschrift dat zowel gewijd was aan instabiele deeltjes als aan berekeningen voor de productie van vectorbosonen in de CERN neutrino-experimenten. Hij promoveerde in 1963. Tussen 1963 en 1966 ontwikkelde hij het computerprogramma Schoonschip, dat het mogelijk maakte analytische wiskundige berekeningen uit te voeren. Schoonschip ligt aan de basis van belangrijke computertalen als Mathematica.

In 1966 volgde hij Van Hove op als hoogleraar Theoretische Natuurkunde in Utrecht. Hij bouwde in de jaren daarna een onderzoeksgroep op in de deeltjesfysica, waardoor goede studenten werden aangetrokken, onder wie ‘t Hooft. Veltman hield zich verder bezig met het opnieuw opzetten van het Natuurkunde curriculum. Na zijn intensieve samenwerking met ‘t Hooft begin jaren zeventig, volgden beiden een andere weg, waarbij Veltman zich voornamelijk bezig hield met berekeningen. Toen hij na een sabbatical jaar het aanbod kreeg in Ann Arbor (University of Michigan) hoogleraar te worden, nam hij dat aan. Van 1981 tot 1996 woonde en werkte hij in de VS. Na zijn emeritaat keerde hij in 1996 terug naar Nederland. Samen met zijn promovendus ‘t Hooft werkte hij begin jaren ’70 aan het onderzoek dat hen in 1999 de Nobelprijs zou opleveren. Zij maakten een beschrijving waarin de zwakke kracht en de elektromagnetische kracht werden verenigd, en voorspelden de massa en eigenschappen van een aantal deeltjes (bosonen) die later zijn bevestigd via CERN-experimenten.

Literatuur

Martinus J.G. Veltman op website Universiteit Utrecht