Samenvatting

Het onderzoek

Het onderzoek van de KB betreft de stand van zaken rond digitale duurzaamheid bij de nationale bibliotheken van Australië, Canada, China, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Japan, Nederland, Nieuw Zeeland, Oostenrijk, Portugal, USA, Zweden Zwitserland.

In het onderzoeksrapport wordt, naast een algemene inleiding en een analyse van de stand van zaken in digital preservation, per bibliotheek een uitgebreid overzicht gepresenteerd. Aan de hand van deskresearch, interviews en informatie die de betrokken bibliotheken hebben aangeleverd, wordt per bibliotheek een beeld geschetst van de stand van zaken rond de depotwetgeving in het betreffende land, de inbedding van digitale duurzaamheid in de bibliotheekorganisatie en van de wijze waarop de activiteiten voor digitale duurzaamheid zijn gefinancierd. Dan volgt informatie over verschillende technische en procedurele aspecten van de digitale depotsystemen, over actuele en geplande behoudsstrategieën en over lopende activiteiten in de vorm van nationale en internationale projecten en werkgroepen waarin de nationale bibliotheken participeren. Het onderzoek geeft de situatie weer in juli 2005.

Digital Preservation in vogelvlucht

In juli 2005 beschikten twee van de bij het onderzoek betrokken bibliotheken al over een volledig operationeel digitaal depotsysteem (Nederland en Australië). Tegelijkertijd verwachtten twee andere bibliotheken eind 2005 ook zover te zijn (Groot-Brittannië en Oostenrijk), en binnen vijf jaar denken elf van de vijftien bibliotheken in het onderzoek eveneens over een operationeel systeem te kunnen beschikken Behalve de hierboven genoemde bibliotheken zijn dat de bibliotheken van Canada, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Japan, Nieuw-Zeeland en Zwitserland.

Drie van de betrokken bibliotheken verwachtten dat nog in 2005 de wetgeving voor legal deposit van digitale objecten effectief zou worden (Denemarken, Frankrijk en Nieuw Zeeland). In 2007 zal dit naar verwachting in zeven van de vijftien landen het geval zijn (behalve de hierboven genoemde bibliotheken ook nog Duitsland, Groot-Brittannië, Japan en Zweden).

Inmiddels zijn de eerste resultaten bereikt ten aanzien van copyright wetgeving (Duitsland). De eerste richtlijnen zijn in de maak voor wat betreft gewenste file formats, materiaal typen en metadata (onder andere in Canada, Frankrijk, Nederland, Oostenrijk en de Verenigde Staten). Steeds meer bibliotheken besteden aandacht aan de inbedding van digitale archivering in de organisatiestructuur.  Er zijn initiatieven ontplooid voor internationale samenwerking en kennisdeling die inmiddels hun vruchten beginnen af te werpen: bijvoorbeeld het IIPC (International Internet Preservation Consortium), de PREMIS-werkgroep (PREservation Metadata Implementation Strategies) of het Amerikaanse NDIIPP (National Digital Information Infrastructure and Preservation Program). Er zijn vergaande plannen om de samenwerking te verbeteren, zowel nationaal als internationaal en zowel binnen de bibliotheeksector als sectoroverschrijdend. Een voorbeeld is het Europese project PLANETS  (Preservation and Long-Term Access through NETworked Services) en de Alliance for the Permanent Records of Science, waarin culturele erfgoedinstellingen en wetenschappelijke instituten in Europa zullen gaan samenwerken om wetenschappelijke data duurzaam te bewaren en toegankelijk te houden.

Uit het onderzoek bleek dat er één standaard wereldwijd geaccepteerd is: het OAIS-reference model.  Afgezien van dit model bleek dat ondanks de vele activiteiten die zich op het gebied van digitale archivering afspelen, de omgeving nog zodanig in beweging en in ontwikkeling is, dat het eigenlijk nog te vroeg is om te spreken over best practices, laat staan over ‘standaarden’. Er zijn echter enkele veelbelovende initiatieven en ontwikkelingen die in de context van digitale archivering zeker het vermelden waard zijn, zoals bijvoorbeeld de nieuwe rol van de traditionele conserveringsafdelingen als eindverantwoordelijke voor digital preservation (Canada, Frankrijk, Groot-Brittannië).

Vermeldenswaard is het PREMIS Metadataschema, dat in 2005 is gepubliceerd. Dit schema heeft de mogelijkheid om zich te ontwikkelen tot een best practice in digitale archivering. PADI,  de informatieportal voor digital preservation, die wordt onderhouden door de Nationale Bibliotheek van Australië, is een perfect voorbeeld van kennisdeling op internationaal niveau. Tenslotte zijn de coördinerende activiteiten van nationale coalities als de DPC, de Digital Preservation Coalition in Groot-Brittannië, en Nestor in Duitsland veelbelovende samenwerkingsverbanden, die als voorbeeld dienen voor initiatieven tot nationale samenwerking in andere landen (Japan, Nederland, Oostenrijk).

Een vergelijking met twee eerdere onderzoeken op hetzelfde vakgebied, dat van Neil Beagrie voor CLIR in 2003 en het PREMIS-onderzoek in 2004, leidt tot de conclusie dat digitale archivering meer en meer geïntegreerd raakt in de dagelijkse bibliotheekactiviteiten.  De laatste paar jaar is vooral een aanzienlijke vooruitgang geboekt in het bouwen van netwerken. Dat geldt niet alleen voor de digitale depotsystemen die overal gebouwd gaan worden, maar ook voor de netwerken voor samenwerking op nationaal en internationaal niveau. Deze worden steeds meer gebruikt voor de gezamenlijke ontwikkeling van tools voor permanent access en het lijkt erop dat deze trend zich in de toekomst alleen nog maar zal voortzetten.

De tekst van deze samenvatting verscheen eerder in een artikel in Informatie Professional (2006), nr. 5, p. 22-26.