Prof. dr. P.G.Hoftijzer is bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van het Nederlandse boek in de vroegmoderne tijd aan de Universiteit Leiden. Na zijn geschiedenisstudie heeft hij zich gespecialiseerd in de Nederlandse boekgeschiedenis van de vroegmoderne tijd, vanaf de introductie van de boekdrukkunst tot aan het einde van de achttiende eeuw. Onder ‘boeken’ verstaat hij alle vormen van drukwerk, dus niet alleen monografieën, maar ook pamfletten, aanplakbiljetten, tijdschriften en natuurlijk kranten. Hoftijzer is geïnteresseerd in alle aspecten van het ‘boek’, het drukken van de teksten, het lezen en het bewaren ervan. Daarbij beweegt hij zich op het gebied van de lokale boekgeschiedenis (met name die van Leiden) en op de internationale uitstraling van de Nederlandse uitgeverij en boekhandel.

Wat heeft vooral uw persoonlijke belangstelling?
Voor mijn proefschrift (1987) over twee van origine Engelse boekhandels in zeventiende-eeuws Amsterdam heb ik veel onderzoek gedaan in contemporaine kranten, zowel wat betreft de nieuwsvoorziening over actuele gebeurtenissen als de talrijke advertenties die in de kranten te vinden zijn. Uitgevers en boekverkopers waren zeer actief in het plaatsen van advertenties. Maar ik ben ook geïnteresseerd in de relaties tussen en verschijningsvormen van kranten en in de verantwoordelijke drukkers, uitgevers en journalisten.

Welke krant heeft voor u een speciale betekenis?
Het meest vertrouwd ben ik met de Oprechte Haerlemsche Courant voor de periode van de tweede helft van de zeventiende eeuw. Toen ik daarmee voor het eerst in aanraking kwam, begin jaren tachtig van de vorige eeuw, waren er nog geen kopieën op microfilm beschikbaar, laat staan in digitale vorm. Het meest complete exemplaar wordt bewaard in het bedrijfsmuseum van de firma Enschedé in Haarlem, toen nog gevestigd aan het Klokhuisplein in de schaduw van de St. Bavo. Er zat in die tijd niets anders op dan in een kaal kamertje op de begane grond de jaargangen, allemaal zonder uitzondering slecht gedrukt op goedkoop papier, met de hand door te nemen. Aan het einde van de dag keek ik dan helemaal scheel. De winst die digitale ontsluiting voor onderzoekers biedt, is werkelijk enorm. Alleen is het jammer dat de historische en zintuiglijke sensatie van de omgang met het origineel verloren gaat.

Is de historische krant in uw huidige werk belangrijk?
Kranten zijn in mijn onderzoek een essentiële bron, als een van de belangrijkste producten van het Nederlandse uitgeversbedrijf, maar natuurlijk ook vanwege hun inhoud. Wat dat betreft zijn voor mij met name de advertenties van betekenis, omdat ze niet zelden unieke informatie bevatten over nieuw verschenen publicaties, over intekenprojecten of over de talloze boekenveilingen die in de Republiek werden gehouden.

Wat vindt u de belangrijkste meerwaarde van de Databank Digitale Dagbladen?
Voorop staat natuurlijk de enorme verbetering van de beschikbaarheid, kranten zijn vaak incompleet en worden op verschillende plaatsen bewaard, in Nederland maar ook daarbuiten. Daarnaast is er de ontsluiting van de inhoud op allerlei niveaus. Ik durf de stelling aan dat met dit project een van de interessantste seriële bronnen van de Nederlandse geschiedenis toegankelijk wordt gemaakt.