Schrijfster Helga Ruebsamen bereidt zich voor op het schrijven van een boek dat zich deels afspeelt in de jaren vijftig. Om herinneringen te verifiëren en “in te kleuren” raadpleegt zij de Haagse kranten uit de collectie van de Koninklijke Bibliotheek. Destijds waren er zeven kranten: Het Vaderland, Het Binnenhof, katholiek dagblad voor 's-Gravenhage en omstreken, Het Haagsch Dagblad (Haagse editie van Het Parool), de Haagsche Courant, de Nieuwe Haagsche Courant en de Haagse edities van Het Vrije Volk en De Waarheid.  "Door kennis te nemen van de gebeurtenissen, commentaren, de beelden en de denkwereld uit die tijd betreed ik via die kranten als het ware opnieuw het verleden", aldus Ruebsamen.

“Ik werkte zelf als journalist bij Het Vaderland. Die krant is me dus het vertrouwdst en biedt me nu daarom het meest. Er staan geen namen bij de artikelen maar meestal weet ik wie het heeft geschreven en wat de achtergrond van de schrijver is. Namen werden destijds nooit vermeld. De krant was een meneer die sprak uit één mond. Soms vergelijk ik bepaalde artikelen over hetzelfde onderwerp in verschillende kranten, omdat ik daardoor de verschillen weer herken in die denkwerelden van vroeger.”

Voor Ruebsamen streeft de krant naar een zo getrouw mogelijke weergave van de werkelijkheid. Reportages uit binnen- en buitenland, stadsverslaggeving, maar ook de advertenties schilderen een zo goed mogelijk gelijkend beeld van hun tijd. Al bladerend door de kranten probeert ze de verdwenen tijdgeest terug te halen. Soms gebeurt dit door een rechtbankverslag, soms door een ingezonden brief van een lezer, soms door tekeningen gemaakt bij een modeshow uit die dagen. Ze zoekt geen citaten of directe verwijzingen voor haar roman, het gaat haar vooral om het gevoel terug te vinden van hoe het was in die tijd te leven, met welke verlangens en welke illusies.

“De jaren vijftig waren helemaal niet zo saai als ik langzamerhand zelf was gaan denken, ze waren zeer hoopvol en toekomstgericht. Het is ook opvallend hoe helder en ter zake het taalgebruik uit die tijd was, nu is de taal veel rondborstiger maar tegelijkertijd wolliger geworden. Je moest je als journalist vooral kort en duidelijk uitdrukken in een compacte tekst, die toegankelijk moest zijn voor elke dertienjarige die de lagere school had voltooid. Daar werd op gehamerd. Voor mij was dat leerzaam. Ook voor de verhalen die ik toen al schreef, al waren die niet bestemd voor publicatie, maar meer als oefenstof voor het ooit nog te schrijven ‘perfecte’ verhaal."

Het liep uiteindelijk anders. Ruebsamen heeft inmiddels een flink aantal boeken op haar naam staan maar het ‘perfecte’ verhaal moet nog komen. Haar belangstelling voor de krant heeft ze altijd gehouden.

Meer informatie over Helga Ruebsamen bij uitgeverij Contact